Ik loop ………. in Orebic omhoog (2)

De man die mij een paar dagen geleden in het voorbij gaan toe riep ‘zu Spät’ en mij later vertelde dat hij bedoelde te zeggen dat het warm, te warm was om te lopen. Ik vertelde hem dat ik vroeg was vertrokken, dat ik naar het dorp via de doorgaande weg gelopen was en nog een eindje verder en terug langs de zee en als je een eind loopt dat het dan vanzelf later, Später, wordt. Die man raadde mij een mooi, maar heftig parcours aan van ongeveer twee kilometer.

‘Vanuit de camping loopt een weggetje steil omhoog naar een kapelletje’, vertelde hij. ‘Bij dat kapelletje kun je dan naar links. De weg loopt dan naar beneden en sluit aan op de doorgaande weg. Daar sla je links af en krijg je eerst een vals en vervolgens een valser plat, totdat je weer bij het weggetje komt.’ Hij liep zelf niet hard, maar hij had er gewandeld. Het leek mij wel wat.

Ik ben om half acht op pad gegaan. Een half uurtje eerder dan ik normaal doe. De zon is er ook al, de wind laat het afweten. Ik jog rustig, als warming up, via het vals plat naar de uitgang van de camping. Dan een steiler stuk naar de doorgaande weg om die over te steken om vervolgens omhoog te gaan. Het is inderdaad heftig. Ik kijk op noch om, concentreer me op mijn ademhaling en hartslag. Toch kan ik het niet laten af en toe mijn blik naar boven te wenden. Het kapelletje wil niet erg vlot dichterbij komen. Op een enkel stuk is het zo steil dat ik zigzaggend omhoog loop. Het tempo is tot een bedenkelijk hardloopniveau gedaald. Er is hier en daar wat schaduw van een enkele vijgenboom en een paar olijfbomen. Voor de rest is er alleen de zon. Op het moment dat ik het bijltje er bij neer wil gooien nader ik de kapel. De kiezen op elkaar en doorgaan. De tuin rondom de kapel, althans ik dacht dat het een tuin was, blijkt een kerkhof. Waarschijnlijk het kerkhof van het dorp Orebic. De muur er om heen is het enige dat een verwaarloosde indruk maakt. Het hof zelf is een grote bloemenzee. Het ziet er mooi uit. Je zou zelf ………… Ik moet verder omhoog, de kapel voorbij. Gelukkig is het nu wat minder steil en dan kan ik linksaf.

Nu naar beneden. In mijn gedachten was dit eens maar nooit weer. Naar beneden treedt het herstel snel in. De wereld ziet er dan ook heel wat plezieriger uit. Het lopen gaat vanzelf. Ik geniet van het uitzicht op een azuurblauwe zee en het dorp dat een eindje naar rechts tegen de berg aan is gelegen. Een enkele auto klimt omhoog. Het weggetje is smal. De auto’s houden rekening met mij, ze minderen vaart, wijken zoveel mogelijk uit en dat doe ik ook.

‘Thuis’ is er koel helder water.

Meeloper

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *