Ik loop ………. op Walcheren. Door Meeloper.

Ik loop ………..op Walcheren

Vanaf de camping naar het begin van het duingebied is het nog geen 1,7 kilometer. Prima afstand om joggend op weg te gaan. Het weggetje is nog geen 6 meter breed; veel verkeer gaat er niet over; windsingels aan beide zijden. Zij bieden beschutting tegen de wind, die hier soms hard/stormachtig vanaf zee over het land raast.

Het is een uur of 10 in de morgen; de zon schijnt, de lucht is blauw, de wolken zijn wit, het is een graad of 15 en het waait hard uit het westen. Ik merk het nauwelijks, dankzij die windsingels. Zij worden gevormd door Mei- en Sleedoorn, door bramen struiken, Gelderse Roos, bramen struiken, wat rood hout en hoge grassoorten. Ik jog, groet een enkele fietser, wijk uit naar de rand van de weg als een auto voorbij komt. Na een 900 meter, het einde van de beschutting om de aansluiting voor een weggetje mogelijk te maken, krijg ik de wind vol vanaf de linker kant. Enkele tientallen meters verder begint de bebouwing van Domburg. Ik steek vervolgens de weg over die vanaf Oostkapelle naar Domburg loopt en ga verder richting het dorp. Voor het centrum van Domburg loop ik naar rechts om naar de duinen te gaan. Het duingebied op dit deel van Walcheren kent aan de landzijde eerst een deel dat bebost is, soms wel een kilometer breed. Hier, bij Domburg, beperkt het bos zich tot nog geen honderd meter. Ik loop het bos in en onmiddellijk moet ik omhoog, steil omhoog zelfs. De warming up pakt goed uit; zonder al te veel inspanning neem ik deze horde. Als ik het bos achter mij heb gelaten loop ik in een open duingebied. De boulevard laat ik links liggen en dan sta ik voor de keus: het strand of het pad door de duinen.

Er is voor beide wat te zeggen. Het is laag water, het strand is breed en vast en zeker hard genoeg om niet weg te zakken en met de wind in de rug en de zon in het smoelwerk zeker een optie. Maar ook het duinpad lonkt; over een lengte van ruim drie kilometer kan je zeven keer omhoog en even zoveel keren naar beneden. Het uitdagende zit hem vooral in de afwisseling qua hoogte. Soms kort en steil omhoog, dan weer een lange geleidelijke klim, met af en toe, om de top van het duin te bereiken, een venijnig steil laatste stukje, afgewisseld door geleidelijk lange afdalingen en steile korte. De ondergrond is veelal bedekt met schelpen, hier en daar weg gespoeld en/of gelopen met het gevolg dat het duinzand te voorschijn komt en dat maakt het tot een nog zwaarder parcours.

Het is het duinpad geworden. De weg naar het strand werd min of meer versperd door een vrij grote groep wandelaars. Zij stonden daar wat te keuvelen met de rug naar mij toe. Wilde ik er langs dan zou ik ze moeten aanroepen en dan maar hopen dat er genoeg afstand te houden viel in deze Corona tijd.
De eerste ‘beklimming’ dient zich meteen aan. Het pad, zeker een meter of vijf breed, slingert langzaam omhoog. Ik probeer het tempo wat op te voeren en dat lukt. Het voelt, vooral aan het begin van de helling, niet als onoverkomelijk. De hartslag loopt wel ietsje op, maar zeker niet zodanig dat het happen naar adem wordt. Totdat op de laatste 20 misschien 30 meter het gehele lichaamsgestel op de proef wordt gesteld. Boven hijg ik stevig, werp een blik naar links, een prachtig uitzicht over het strand en de zee, om vervolgens met de rem erop rustig aan de afdaling te gaan beginnen. Links en rechts duindoorn, tussen het grijsgroene langwerpig blad steken de oranje bessen mooi af. Geen mens te bekennen; wat kan me gebeuren. Ik loop en geniet van de natuur. Een steile klim wordt de volgende opgave. Ik moet aan de bak en stevig ook. Dat ik bovenbenen heb, ontgaat me niet. Ik laat me niet kisten en probeer het tempo erin te houden. Eenmaal boven is er een paar tientallen meters een vlak stuk. Tijd om de blik naar rechts te richten; een prachtig uitzicht over het landschap; weilanden, akkers, bossages, een boerenhof, een kerktoren en zelfs enkele hoge kranen van de haven van Vlissingen.

Niet treuzelen, maar lopen, dat is het devies. Nadat ik zeven keer boven ben geweest, de ene keer met wat meer inspanning dan een andere keer, en ik op weg ben naar het laatste duindal heb ik de keus, linksaf naar het strand of naar rechts afbuigend naar het fietspad door het bos aan de voet van de duinen. Ik voel me goed, het strand en de zee hebben aantrekkingskracht, dus naar links. Ik neem de overgang naar het strand niet zonder moeite. Het ziet er zeker niet steil uit, maar het voelt wel als zodanig. Behoorlijk hijgend kom ik boven om aan de afdaling naar het harde gedeelte van het strand te beginnen. Dat is geen onverdeeld genoegen. De voeten zakken diep weg in het rulle zand met het gevolg dat het ook nog in de schoenen terecht komt. Dat voelt niet erg prettig, maar het heeft ook geen enkele zin om de schoenen te legen. Ik strompel, enigszins potsierlijk slingerend met het bovenlichaam en vooral met de armen om niet te vallen, naar de waterlijn. Als ik op het wat vlakker gedeelte van het strand ben aangekomen, zak ik niet meer tot aan de enkels weg. Na nog een meter of 20 is de ondergrond al hard. Zand in de schoenen, het kan me niet ontgaan, veel last heb ik er ook weer niet van. Ik loop nog wat meters dichter naar zee om dan evenwijdig aan de zee- en kustlijn mijn missie te vervolgen. Het zonlicht speelt met het water, het schuim van de golven wordt intens wit, het natte zand blinkt. Het is een groot genoegen hier te kunnen lopen. Gedachten schieten heen en weer door het hoofd. ‘Gedachten zijn vrij, geen mens kan ze maken en geen jager ze raken’, het is een gedeelte van de tekst van een liedje dat we, toen de basisschool nog lagere school was, in de klas hebben gezongen. Hard lopen werkt louterend op het denken. Gedachten waar je ’s nachts piekerend wakker van ligt, verworden tot een luchtigheid, zodanig dat je je afvraagt waar je je druk over hebt gemaakt. Problemen worden onder het lopen tot oplosbare proporties terug gebracht. Lees verder

Hardlopen in Coronatijd door Meeloper (3)

Lopen in Coronatijd 3

Nog zo’n stukje vergeten Nederland, zuidoost Groningen. Onterecht, niet alleen landschappelijk de moeite waard. Neem het aloude vestingstadje Bourtange, samen met Naarden de enige vesting in oorspronkelijke staat, prachtig bewaard gebleven en daar waar noodzakelijk gerestaureerd.

De camping ligt in een lommerrijke omgeving. Het is er stil, slechts een enkele caravan en camper, daar waar het anders, ook in de maand juni een levendige boel is, naar ik mij heb laten vertellen. Slechts vogels maken lawaai. Na aankomst even op pad om de omgeving te verkennen, opdat er kan worden hardgelopen zonder te ‘verdwalen’. Het is me overkomen, niet het verdwalen, maar het verder lopen dan de bedoeling was, dan goed was voor me. Misschien herken je dat, je loopt en geniet van de omgeving, gedachten over van-alles-en-nog-wat, vrij als een vogel, geen pijntjes, het gevoel dat je de wereld uit kunt lopen, dat je niet stuk te krijgen bent. Kilometer na kilometer. Plotsklaps schrik je ‘wakker’, een blik op je horloge, oriëntatie op de omgeving, ver van huis. Waar kan ik een afslag nemen, misschien na de volgende bocht. Maar na de volgende bocht geen afslag te bekennen. Dezelfde weg terug? Dat is niet de bedoeling, dat wil je niet! Dan, na nog een paar bochten eindelijk een mogelijkheid om af te slaan, maar nog steeds niet in de richting naar huis………. Je zucht, steunt, loopt en bent bezig met maar een gedachte: ‘hoe kom ik thuis’! Daar eenmaal aangekomen, opluchting, wel doodmoe.

Inmiddels, een dag later, is het duidelijk. Rechte wegen, rechte kanalen (of zijn het vaarten?) uitgegraven om de turf te vervoeren. Tenslotte werd hier en tot ver in Duitsland turf gewonnen. Het is een open landschap, slechts bomen, veel bomen om uitsluitend en alleen de mathematische infrastructuur te accentueren.

De volgende dag op pad, richting het oude stadje. Dat was niet het plan, maar de nieuwsgierigheid overwint. Het is bewolkt, niet al te veel wind. Vanaf mijn tijdelijke verblijfplaats is het slechts een tweetal kilometer. Gele borden waarschuwen dat ik niet met de auto de stad in kan, maar ik ben geen auto. Dus dat moet geen probleem zijn. Een tiental minuten later keer ik om. De straat ligt er uit, slechts via een smal pad kan ik de stad in komen. Maar ondanks het vroege uur is het vrij druk met voetgangers en gezien het advies om afstand te houden voel ik er niet veel voor om tussen de voetgangers door te slalommen. Lees verder

Hardlopen in Coronatijd door meeloper (2)

Lopen in Corona tijd

Dilemma
Na een aantal weken thuis, geïsoleerd, alleen er op uit als het strikt noodzakelijk is, krampachtig pogend om de anderhalve meter zo goed en zo kwaad als mogelijk te respecteren, begon het toch wat te kriebelen. En juist op dat moment werd het duidelijk dat campings onder bepaalde en strikte voorwaarden open mochten. Een telefoontje was voldoende: ‘mits je zelfvoorzienend bent, ben je welkom’. Wij zijn zelfvoorzienend; douche en toilet aan boord, dus wat let ons. Druk was het niet. De helft van de beschikbare plaatsen mochten worden bezet en in de dorpen was het een stille boel; geen terras, niet alle winkels open. Dus wat fietsen, wandelen en…….hardlopen. Dat is altijd leuk hardlopen in een andere omgeving.

Texel
Ik loop op het fietspad naast een weg. Het miezert, maar dat deert niet. Het waait hard en dat is jammer. Als ik uit de luwte van een boerderij kom, krijg ik een forse opdoffer van de wind. Ik dreig in de berm terecht te komen. Het gaat goed. Het fietspad maakt een bocht. De wind die aan lijkt te wakkeren, komt nu van voren. Ik neem de eerste de beste afslag richting het bos in de hoop daar wat meer beschutting te vinden. Half wind, het is een lang recht eind.Lopen op Texel biedt wat omgeving betreft vele mogelijkheden. Het gebied met graslanden, overwegend vlak met vooral geasfalteerde fietspaden en weggetjes. Het eiland is het domein van vooral de schapen, in mindere mate van koeien en soms, voor de broodnodige variatie een perceel met wat paarden, hier en daar een akker met maïs en graan. Het bos en aangrenzend het duingebied, zand- en schelpenpaden, maar ook met fietspaden, de waddendijk met de prachtige vergezichten en vooral het strand, waar het mulle zand de overhand heeft bij hoog water.
Met een rustige duurloop van een à twee uren is het niet moeilijk om een groot deel van die landschappelijke omgeving te door kruisen. Ik heb er dan ook weer dankbaar gebruik van gemaakt. Lees verder

Hardlopen in Coronatijd door meeloper

Lopen in Coronatijd

Klaar om te vertrekken. Een blik door het raam. Dreigende luchten, een waterig zonnetje piept om een hoekje van een donkere wolk. Twijfel. Toch nog maar even wachten. En dan een stortbui, zelfs hagel. In korte tijd valt er veel water. De grond kan het niet onmiddellijk verwerken. Een klein half uurtje. Dan is het voorbij. De zon, wind. Uit noordwestelijke richting schat ik in vanuit huis.

Op pad. Ik trek de deur achter mij dicht. Verbazingwekkend dat er nauwelijks plassen zijn achter gebleven. Rustig beginnen, ‘kijken’ hoe het gaat. Een paar dagen niet gelopen. Rust gehouden, herstel is op gezette tijden nodig. De wind is steviger dan gedacht. Een aangename temperatuur. Twijfel over wat ik zou aantrekken. Herkenbaar voor ons allemaal. Benen bloot, wel een shirt met lange mouw. Het voelt aangenaam.
Een man met hond, even een pas op de plaats. Kijken wat-ie doet. Gaat-ie links van de vijver, dan ga ik rechts. Inderdaad. We knikken elkaar toe, beiden aan een kant van het water. Nog meer lopers op afstand. Zij slaan af naar links, ik naar rechts. Blijkbaar honden uitlaat tijd. Geen moeite om elkaar niet in het vaarwater te komen. De zon verdwijnt, donkere wolken. Ik hoop dat het niet gaat regenen. Niet aan denken. Lopen, kijken. Voorjaar, ontluikend groen in vele variaties. Bloeiende struikjes en bomen. Fietsers, naast elkaar. Voor alle zekerheid een stap op zij. Voorzichtig, in het gras de ongerechtigheden slecht zichtbaar.

Het gaat goed. Lopen in een rustig tempo. Heerlijk. Het gaat gemakkelijk. Praten in lange zinnen zou prima gaan, maar ik ben alleen. Gedachten dwalen af naar vroeger. Ook een mooie tijd, net als vandaag-de-dag, 75 jaar na de oorlog. Een rare vergelijking. Deze tijd met een intelligente lock down en vijf jaar dood en verderf. Ik las onlangs ‘Het hoge Nest’, een indrukwekkend relaas van op de vlucht zijnde Joden vanuit het onveilige Amsterdam. Het hoge Nest, een groot huis in de omgeving die ik goed ken, waar ik mijn hele jeugd heb doorgebracht. Vaak in de onmiddellijke omgeving van dat huis in de bossen rond gezworven. In de herfst met stokken en stenen de tamme kastanjes uit de bomen gooien. Nooit geweten, gehoord dat daar onderduikers waren ondergebracht. Terwijl bij mij thuis veel oorlogsverhalen werden verteld. Ook bij mijn grootouders in huis, wonende in het uiterste zuidoosten van Groningen, onderduikers; Joodse Nederlanders, Amerikaanse piloten. Neergeschoten op de weg terug vanuit Duitsland. Spannende verhalen vond ik als kind. Later, veel later drong het besef door dat daar moed voor nodig was. Gevaar voor eigen leven.

Twee fietsers, zonder al te veel moeite voort peddelend op hun e-bike, naast elkaar. Hij, met handschoenen en een pet, zij ook ingepakt. Waarschijnlijk geen benul van het toch wel aangename voorjaars weer. Blijven naast elkaar. Dan maar in de berm om ruimte te maken, het gras hoog. Een moment later weer op het asfalt, op weg naar een volgende kilometer. Lopend langs een singel met bomen en struiken; de witte meidoorn in bloei, de rode laat nog of zich wachten. Die is altijd later. En ook de Lijsterbes kleurt al. Verder alleen maar groen in vele schakeringen. Een merel vliegt vlak voor mij langs en duikt de bosjes in. De bek vol voedsel. Een loslopende hond scharrelt voor zijn baas uit. Wij naderen elkaar op het fietspad. Hij een weinig de berm in en ik ook. Weer een kilometer. Plotsklaps duiken uit het niets een tweetal wielrenners op. Opnieuw de berm in, zij fietsen door, doen wel moeite om ruimte te maken, maar het is er nauwelijks. Een groet. Dan een kaal stuk.

Vergezichten. Harde wind tegen, da’s even wennen. Kost meer inspanning. Het pad door het weiland is smal. Bedekt met schelpen, maar dat moet heel lang geleden gebeurd zijn. Er komt gras en hier en daar een paardenbloem doorheen. Het pad is uitgehold. Oppassen geblazen, goed de voeten neerzetten. Enkels zakken naar binnen. Niet aangenaam. De wind heeft vrij spel. Het kost de nodige moeite het rechte pad te houden. Het klaphek gaat piepend en krakend open.

De weg terug naar huis, het wordt drukker. Met auto’s, met fietsers, wandelaars, hardlopers. Het is uitkijken geblazen. Niet overal even veel ruimte om elkaar op anderhalve meter te houden. Ik doe mijn best, de meeste anderen ook, maar het kan gewoon niet. Die ruimte is er niet. Paranoia. Had ik dan thuis moeten blijven? Het is tenslotte weer om naar buiten te gaan. Niet piekeren, lopen…….Op zoek naar een alternatieve thuisroute. Fietspaden vermijden, de weg op. Grote omweg, was ik niet van plan. De auto als medeweggebruiker. Hopen dat ze je zien, hopen dat ik ze hoor aankomen. Links lopen en uitkijken. Weer fietsers, ook nog auto’s. Smalle berm, steil aflopende naar een sloot. Weinig tot geen uitwijk mogelijkheid. Corona! Vervelend! Opletten, opletten. Dat verziekt het plezier in het lopen. Niet zeuren. Veel mag er niet, veel kan er niet. Maar ………. je mag lopen, je kunt lopen en dat is al heel wat. Over een intelligente lock down gesproken!

Meeloper

Hardlopen in de Oerpolder 2020 door Meeloper

Windkracht heel veel

Er is nog meer dan genoeg tijd voor de start. Gezelligheid troef. Ik maak een praatje met deze en gene. Het gaat vooral over het weer met de nadruk op het verschil tussen vandaag en een jaar geleden. Toen scheen de zon, was er een zeer aangename temperatuur en stond er niet veel wind. Vandaag komt de regen met bakken uit de lucht met een ‘straffe’ wind, een eufemisme voor een storm, uit het westen/noordwesten. Er wordt driftig naar de buienradar op de smartphone gekeken. Het schijnt om 14.00 uur op te houden met regenen! Het thuisfront vertelde me voor ik me klaar maakte voor vertrek dat ik ook thuis mocht blijven. Ze willen nu een shirt laten bedrukken met: “Hij loopt uit vrije wil”.

Het wordt wat drukker in de sporthal. Deelname genoeg. Ik word op de schouder getikt; “ha die meeloper, ook hier? Ja, ik ook hier”. Met de beste wil van de wereld kan ik me niet herinneren elkaar ooit eerder gesproken te hebben. Al komt z’n gezicht mij niet onbekend voor. Ik veins dat ik hem ken en luister naar zijn verhaal over een krakkemikkige voorbereiding. Ik hecht er niet al te veel waarde aan. Je moet je tenslotte toch indekken voor het geval je met een voor jou teleurstellende tijd de finish passeert. Gelukkig wordt-ie midden in een verhaal over zijn prestaties in het verleden onderbroken door een echte bekende. 

Het wordt tijd om naar buiten te gaan. Het regent nog steeds, ruim een half uur voor de start. Een warming up, of iets wat daar voor door gaat, is tenslotte nooit weg. Al heen en weer lopend, een kleine versnelling, wat knie heffen, wat draaien, bukken en buigen, bereid ik me voor op komen gaat. Het stormt. Ik loop hier niet voor het eerst, ik ken het parcours. Het kan een helse loop zijn, zeker vandaag, in dat kale polder landschap met die eindeloze vergezichten en de lange rechte stukken asfalt zonder enige beschutting. Je kunt eindeloos ver vooruit kijken en zo met eigen ogen waarnemen wie er heel snel van door is gegaan en hoever je achterligt. Maar dat hoeft je niet te deren, jij loopt immers voor jezelf, voor je plezier. Het is een groot voordeel dat je de finish ruim, voordat je er bent, al in het vizier hebt. Je hebt dan zelf in de hand of je strompelend van vermoeidheid dan wel huppelend en ogenschijnlijk fit de eindstreep zal passeren.   Lees verder

Rondje Makkum door Meeloper

Winter, voorjaar zeg ’t maar

De Open Makkumer Winter Trimloop. Gezien de temperatuur moet je je fantasie de kost geven om het gevoel van ‘winter’ vandaag tot leven te brengen. Maar dat doet niets af aan de intentie van de organisatoren. Tjerk, Johan en consorten hebben er weer een mooi en uitdagend evenement van gemaakt. In vergelijking met andere jaren hebben ze het parcours van de 10 km een paar honderd meter langer gemaakt, zodat we 600 meter op het strand lopen De zon schijnt en uit de wind en in de zon is het zelfs aangenaam.
Het is de ideale loop om definitief af te rekenen met de gevolgen van de feestdagen. Onder het motto ontwaak uit je winterslaap en daag jezelf uit op de 5 of op de 10 kilometer. Het is een mooi parcours. Aan afwisseling geen gebrek. Asfalt, klinkers, schelpen, modder en zand als ondergrond, voor elk wat wils.

Makkum ‘Poort naar de Zuiderzee’, zo stond het bekend vanaf de Middeleeuwen en was toen al een belangrijk handelscentrum. De strategische ligging heeft er toe geleid dat in met name de 18de eeuw Makkum een welvarend dorp, met stadse allures, werd. De schelpkalkovens, -branderijen waren in die tijd de belangrijkste pijlers voor de welvaart van het dorp. De bedrijvigheid richtte zich vooral op steen- en tegelbakkerijen en op scheepsbouw. De visserij was door de eeuwen altijd ondergeschikt. (Bron: Wikipedia). Vandaag de dag is daar niet veel meer van te merken. Watersport en toerisme zijn het handelsmerk geworden.

Temidden van een aangroeiend legertje hardlopers bevind ik mij in de kantine van de plaatselijke voetbalclub. Gezelligheid troef, vele bekenden die elkaar begroeten, een kop koffie en dan hebben we het er nog eens over. Op een tafel staan prijzen, gekoppeld aan het startnummer, voor de verloting uitgestald. Dat zijn de prijzen waar ik mijn hoop op kan vestigen, want een huldiging op het ereschavot met een passende beloning is voor mij niet weggelegd. Even later stappen we ‘en masse’ naar buiten; een deel voor een warming up en een ander deel om gewoon te wachten tot het zover is. Lees verder

Verslag Gaasterlan Run door Meeloper

Gaasterland Run 2019

Geen winterse omstandigheden vandaag, 21 december 2019. Aangenaam weer om hard te lopen. De temperatuur iets onder de 10 graden, droog, niet al te veel wind. Lopen in Gaasterland is lopen in een bosrijke omgeving. Het is lopen in een stukje Nationaal Landschap Zuidwest Friesland, volstrekt anders dan het overwegend vlakke en kale landschap elders in de provincie. Het licht glooiende landschap bestaat uit keileemruggen, ontstaan in de ijstijd en opgestuwd door gletsjers afkomstig vanuit het noorden. (een weetje: een lichte verhoging in het landschap heette in vroeger tijden een gaast).

Maar dat zal ons vandaag een zorg zijn. Wij hebben andere gedachten. Of je nu 4 mijl, 12 kilometer of een halve marathon van plan bent te lopen, er telt maar een ding: hoe kom ik met plezier van start naar finish.

Het duurt nog even voor het startsein gegeven gaat worden. Gedwee staan we te wachten. Het regent, licht, maar toch. Gezien de reacties om mij heen door weinigen verwacht. De een de blik werpend op z’n horloge, een ander schichtig
rond kijkend, een derde frunnikt voor de zoveelste keer wat aan de kleding en weer een ander staart stil voor zich uit. Bovenal wordt er gekletst en overlegd volgens welke strategie er gelopen gaat worden. Ach, veel keuze is er niet. Je start als een dolle, de blik op oneindig en het verstand op nul om na verloop van tijd de man met de hamer ongenadig te voelen toeslaan. Of je gaat rustig op pad, zet het ene been voor het andere, je neemt de omgeving in je op, maakt onderweg een praatje en geniet met volle teugen. Het kan ook zijn dat je met een doordacht plan probeert ‘lekker’ te lopen met het doel vrolijk fluitend de eindstreep te passeren. Kortom er zijn vele voornemens die je kunnen ‘helpen’om van A naar B te gaan. Hier, voor de start is aan niemand te zien wat-ie van plan is.

De tijd verstrijkt en de onrust neemt toe. Geschuifel, voor de zoveelste keer een blik op het horloge, een laatste groet aan een bekende die jou succes wenst en dan het aftellen. Boem. Een bont (letterlijk en figuurlijk) gezelschap zet zich in beweging. De tijdlopers gaan er als een speer vandoor, de rest volgt op de eigen manier. Het kost enige moeite om de juiste koers te vinden. Het is druk en de ruimte is beperkt, maar met moed, beleid en wat inschikken lukt het iedereen om na enkele tientallen meters het ritme te vinden, waarin-ie zich lekker voelt. De sfeer om mij heen is prima. Het regent niet meer. Vrolijke gezichten, het kan ook nauwelijks anders onder deze omstandigheden, in deze mooie omgeving en met de feest- en vrije dagen in het verschiet. Er wordt nog een enkele woord uitgewisseld. Nog steeds goed op blijven letten om een ander niet te hinderen. De verschillen in snelheid zijn nog groot; ik word ingehaald, maar doe het zelf ook.

Maar naarmate de meters worden weggelopen lijken de kaarten geschud. De meesten hebben het ritme gevonden, passend bij de eigen loopstijl en conditie. Ik loop in een klein groepje in een voor mij comfortabel tempo. Het stemt mij tot vreugde en optimisme. De Luts ter linkerzijde, de straatweg rechts en bomen overal. De groep valt helaas al snel uiteen. Mijn loopvriend heeft een ander tempo gevonden. Enkele tientallen meters loopt hij voor mij uit. Ik stel vast dat de afstand tussen ons groter wordt. Het zij zo; we hadden ook geen enkele afspraak om met elkaar op te lopen. Lees verder

Op de weg terug.. door Meeloper

Ik loop in …. Schoorl

De duinen bij Schoorl, zo’n 5 kilometer breed. Een gevarieerd gebied met loof- en naaldbomen, met zandverstuivingen, heidevelden, met vennetjes en open vlaktes met laag struikgewas. Van zeeniveau tot een 55 meter er boven. Een ideale omgeving voor sportieve activiteiten.

Twee jaar lang sukkelde ik met een hardnekkige blessure in en aan de kuiten. Niet dat ik er in het dagelijkse doen en laten veel last van had. Neen, dat kan ik niet zeggen en ook niet dat er niet gelopen kon worden. Als het ‘over’ was, trok ik voorzichtig de schoen weer aan om met behulp van een gerenommeerd schema voor beginners de kuiten op de proef te stellen. Telkenmale ging het na korte of langere tijd mis. Totdat grondige sportmassage soelaas bood.

Op de weg terug
In dit voorjaar opnieuw een Start-to-Run-schema, in enigszins aangepaste vorm, uit de kast gehaald. Na een week of vijf een nieuw schema met de nadruk op de langzame wat langere afstanden; 3 kilometer, wordt 4 en 4 wordt 5. De inschrijving voor de Berenloop op Terschelling opent. Die kans laat ik niet aan mij voorbij gaan. Nu wordt het serieus. Aan de bak! Een schema met een afwisseling in interval, in langzame en iets minder langzame duurloopjes; verdeeld over een week en met minimaal een dag rust tussen elke inspanning. Probeer dat maar eens vol te houden in Italië op vakantie. Fietspaden kent men daar niet of nauwelijks. Dus lopen langs de weg. Tja, dat kan in Nederland, maar in Italië, ook op het platteland daar telt alleen gemotoriseerd verkeer. Te voet of op de fiets, je bent je leven niet zeker. Gelopen heb ik wel, maar alleen daar waar volgens de Italianen zelf, je levend thuis kunt komen. De regelmaat ontbrak. Gelukkig is de Berenloop nog ver weg. Lees verder

Ik loop in… Lopen tijdens de vakantie.

Ik loop in……….San Vincenzo en …….

Autorijden kunnen ze als de beste, die Italianen. Ze trekken zich ook weinig aan van verkeersregels. Ze maken ze zelf. In stad of dorp, op secundaire of op snelwegen, het maakt niet uit. Het is hun bedoeling om zo snel mogelijk van A naar B te komen en daarbij zijn ze niets ontziend. Soms hilarisch om te zien, dan weer tenen krommend.
Ik loop in de buurt van een wat duffe, stille havenplaats, San Vincenzo. De camping ligt op en zestal kilometers in zuidelijke richting, niet ver, ongeveer 700 meter van zee. Eerst een rondje camping. Geen mens te zien en niet alleen omdat het vroeg in de morgen is. Het toeristen seizoen is hier nog niet op gang. Het is een grote camping met vele z.g. chaletjes. Het ziet er verzorgd uit.

Ik verlaat de camping. De zon schijnt en er is wind uit het zuiden, matig. Ik loop en kijk om mij heen. Het landschap is niet onaardig. Veel groen, licht heuvelend, veel cipressen en andere naaldbomen. Landinwaarts een enkel plaatsje gedrapeerd tegen de bergen. Waar geen bomen staan braakliggende grond overwoekerd door onkruid. Een enkele sloot is zichtbaar. Ik loop en dat gaat lekker. Een rustig tempo. Als ik goed en wel de camping heb verlaten kom ik bij een weg evenwijdig aan de kustlijn. De zee onttrekt zich aan het gezichtsveld door een smalle strook naaldbomen en struikgewas. Ik sla linksaf en neem het fietspad langs de weg. Ach, fietspad is wel wat veel gezegd. Op de weg, die van zich zelf al niet erg breed is, is aan een kant een strook asfalt afgescheiden door een betonnen opstand van enkele centimeters hoog. Het pad is natuurlijk overal niet even breed. Op z’n breedst anderhalve meter en op zijn smalst een halve. Op het asfalt is een fiets en een wandelaar afgebeeld. Daar moeten wij het mee doen. Ik loop en de auto’s razen langs je heen. Het is geen pretje, uitlaatgassen, walmen diesel van wel heel oude auto’s, zuigwinden van met name vrachtauto’s. En ik realiseer mij dat het opstaande scheidingsrandje tussen fietspad en rijweg voor Italianen geen onneembaar obstakel is. Even later ontvouwt zich het bewijs; de auto die mij zojuist heeft ingehaald moet uitwijken voor een tweetal tegemoetkomende auto’s. Lees verder

De loop zit er weer in.. vakantietijd met Meeloper

Ik loop in ……………

Het is dinsdag 30 april. De camping ligt in een parkachtige omgeving aan de zuidkant van de stad Luxemburg. De zon schijnt. Menigeen is bezig de schotel te installeren; t.v. kijken is blijkbaar een must. Onze t.v. is thuis, het is tenslotte vakantie! Als ik de buurman zie hannesen, caravan in- en uitlopen, draaien aan knoppen, schotel iets meer naar links, schotel verticaal, iets minder verticaal, een boze blik werpen naar z’n vrouw, zuchten en de goden verzoeken omdat-ie nog steeds geen beeld heeft, dan prijs ik mij gelukkig dat wij op de fiets de omgeving wat kunnen verkennen. Als wij na ruim een uur van ons verkenningstochtje ‘thuis’ komen, zit de buurman schijnbaar ontspannen voor zich uit te staren. Wanneer ik hem vraag of het hem gelukt is om vanavond Ajax te kunnen zien spelen tegen Tottenham laat hij mij weten dat voetbal hem niet interesseert en dat hij nooit, maar dan ook nooit kijkt. De t.v. heeft-ie aan de praat en hij laat me weten dat- ie weleens van Ajax heeft gehoord. Hij……., hij heeft een t.v. omdat hij van snookeren houdt! Ik weet geen woord meeruit te brengen. Vanmorgen nog las ik in de krant dat heel Europa in de ban is van Ajax, dat Frankie, Matthijs en Donny ‘godenzonen’ zijn, maar de eerste de beste Hollander die ik in het buitenland aanspreek, weet van toeten noch blazen. Als ik later links en rechts het onderwerp voetbal, lees Ajax, nog eens laat vallen, hult men zich in zwijgen. Zelfs in het kleine cafeetje op de camping weet men van niks. Ik weet genoeg; Ajax leeft niet bij iedereen. De wedstrijd hoef ik niet te missen; een IPad en Ziggo go, dat is genoeg!

Het is inmiddels woensdag; Ajax heeft gewonnen en de wereld veroverd. Tenminste als ik alle berichtgeving mag geloven. Wij op de fiets naar Luxemburg centrum, op ruim 10 km gaans van onze pleisterplaats. Een prachtige stad, veel en mooie gebouwen uit vervlogen tijden, gezellige pleinen, mooie indrukwekkende kazematten, prachtige parken en gezellige pleinen met veel terrassen en een heel ontspannen sfeer.

In de middag hardlopen. Het is mijn tweede loop in deze vakantie. Maandag liep ik in Valkenburg, heuvel op en af; geen 100 meter horizontaal, met plezier, genietend van een, voor mij als plattelander, zevental kilometers in een glooiend landschap.
Vandaag heb ik besloten dat een rustige duurloop in zone 2 mij niet voor onoverkomelijke
problemen zal plaatsen. Na 25 km op de fiets en na een paar uur slenteren door een stad wil ik me niet uit de naad ‘werken’. Welgemoed ga ik op pad. Het is 1 mei, de dag van de arbeid. In ons eigen land niet iets om wakker van te liggen, maar in vele buitenlanden is het een feest- en vrije dag. Zo ook hier in het Groothertogdom Luxemburg. De zon schijnt, de temperatuur is aangenaam en men gaat er op uit. Fiets, racefiets, mountainbike, kinderwagen, loopfietsen, rollatoren, scootmobiels bevolken het prachtige fietspad. Gelijk hebben ze. Het is breed genoeg, auto’s mogen en kunnen er niet komen. De omgeving waar het fietspad door heen loopt is de moeite waard. Er wordt gewandeld, gefietst, op menig open plek wordt gepicknickt. Hardlopers en joggers in overvloed en ik prijs me gelukkig dat ik een van hen kan en mag zijn. Het loopt, ik loop, gesmeerd. Ademhaling onder controle, steeds het ene been voor het andere, rechtop, de juiste armbeweging, voeten goed neer zetten, tegemoet komende lotgenoten groeten met een ‘bonjour’.
We zijn tenslotte in een overwegend Franstalig land. Ik kan niet zeggen dat het een echt vlak parcours is, maar gezien een somtijds ietwat hogere hartslag, zelfs tot in zone 4, en het gevoel in de benen stel ik vast dat er veel vals plat moet zijn. Het is ook warm, het zweet loopt, wind is er niet, wandelaars paraderen in zomertenue. Na acht kilometer nog een klein rondje door een park en dan naar ‘huis’. Op de camping is het rustig, er wordt geborreld. Daar sluit ik mij voldaan bij aan. Lees verder

Verslag Fit & Frij Rin 2019

Zaterdag 20 april 2019 de vierde editie, en dat was een hele mooie en zonnige dag!

Wij hadden had al een voorgevoel dat het drukker zou worden dan de voorgaande jaren, want we hebben best veel reclame gemaakt, met onder andere twee banners die bij Haaije Jan Cnossen en de Maatschap Nauta in IJlst in het land mocht staan. We hebben onwijs veel geflyerd. Misschien was het ook drukker omdat wij het aan iedereen die het maar wilde horen vertelden dat ze de leuke Fit & Frij Rin wel even in de agenda ‘moesten’ zetten.

Dat we dan ook dik en ver over de 200 deelnemers zaten, hadden we stiekem wel gehoopt, maar zoveel, dat hadden we echt niet verwacht! Met maar liefst 241 deelnemers!!!

Wat een trots gevoel hebben we met z’n allen over afgelopen zaterdag overgehouden. Over natuurlijk niet alleen ‘onze loop’, maar ook over het hele evenement. ‘Dé opening van het watersport seizoen’ in Heeg kan natuurlijk niet meer stuk!

Hier droom je van, zulk prachtig mooi weer, daar word je toch helemaal blij van.

Wij; de organisatie, beginnen in oktober met de voorbereiding. Natuurlijk het is de vierde editie, dus je weet wel in grote lijnen wat er moet gebeuren, maar we wilden het nog voor een breder publiek toegankelijk maken. En ja, hoe doe je dat? Er zijn zoveel loopjes en grote evenementen waar je kunt moet kiezen, het is vaak geen onwil, maar de loper kan maar op één plek tegelijk zijn. Lees verder

De nasleep van een blessure.. verslag Meeloper

Weerbericht

Nog steeds moet ik mijn (trainings)loopjes zorgvuldig plannen. Een langdurige en een steeds terugkerende blessure boezemt nu eenmaal angst in. Of ik wil of niet. Ik loop nu sinds een tweetal weken wat rustige duurloopjes van verschillende lengte. Afgelopen maandag voor het eerst wat aan intervaltraining gedaan. Na afloop de heilige overtuiging dat ik donderdagmorgen weer zou gaan lopen. Het gaat dus voorspoedig.

Een voorspelling is een voorspelling. En dat geldt voor het weer helemaal. Ik weet het. Zo zit ik woensdagmorgen met de krant, een kop koffie en radio Fryslân het afwenden van een kabinetscrisis over het kinderpardon te verwerken. Het is Piet Paulusma die mij de oren doet spitsen. Pyt seit: “tongersdei snie”. En daar zit ik nou net niet op te wachten. Herstellen van ongemak aan de kuiten en dan “glêdens”. Er is niet veel fantasie voor nodig om de gevaren van nieuw ongemak te overzien. Hardlopen met gladheid is in dit geval ‘de goden verzoeken’. Als de wiedeweerga steek ik mij dan ook in mijn loopkleren. Muts en handschoenen ontbreken niet, want volgens de deskundigen is het nogal koud.

Zo ga ik op pad, een dag eerder dan de bedoeling was. Niet twee dagen rust na een interval training maar slechts een. Ik ben nog geen honderd meter van huis verwijderd of de muts gaat af. Koud is het niet, wind staat er nauwelijks. De handschoenen houd ik nog even aan. Woonwijk uit en op naar ‘buiten’. Eenmaal over het fietspad naast de weg overdenk ik mijn haastige spoed: is dit wel verstandig, een dag in plaats van twee dagen rust? Ach, wandelen kan altijd en er zijn, gezien de route die ik in gedachten heb verschillende mogelijkheden om hem in te korten. Ik loop en dat doet mij goed. Even later wanneer ik rechtsaf ben geslagen en het zicht heb op de skyline van IJlst en de zon heel voorzichtig probeert zich een weg te banen door de hoge en egale bewolking geniet ik met volle teugen van het uitzicht. Links en rechts de weilanden die er in de winterstand bijliggen. Langs de slootkant een blauwe reiger ineen gedoken en loerend op een prooi. De sloot met hier en daar een flinterdun laagje ijs, een paar kauwen die laag over het gras scheren. Soms staat er tegen de wallenkant nog een plukje vergeten riet. Geen mens te bekennen. Stap voor stap, in een rustig, heel rustig duurloop tempo nader ik het punt, waar ik de beslissing moet nemen om de kortste weg naar huis te nemen. Ik concentreer me op mijn benen: voel ik wat? Neen, nog niet. Wat niet is, kan komen! De ademhaling heb ik volledig onder controle. Mijn hartslag is laag, volgens Zoladz in zone 2. Prima, stel ik voor mijzelf tevreden vast.  Lees verder