Hardlopen in de Oerpolder 2020 door Meeloper

Windkracht heel veel

Er is nog meer dan genoeg tijd voor de start. Gezelligheid troef. Ik maak een praatje met deze en gene. Het gaat vooral over het weer met de nadruk op het verschil tussen vandaag en een jaar geleden. Toen scheen de zon, was er een zeer aangename temperatuur en stond er niet veel wind. Vandaag komt de regen met bakken uit de lucht met een ‘straffe’ wind, een eufemisme voor een storm, uit het westen/noordwesten. Er wordt driftig naar de buienradar op de smartphone gekeken. Het schijnt om 14.00 uur op te houden met regenen! Het thuisfront vertelde me voor ik me klaar maakte voor vertrek dat ik ook thuis mocht blijven. Ze willen nu een shirt laten bedrukken met: “Hij loopt uit vrije wil”.

Het wordt wat drukker in de sporthal. Deelname genoeg. Ik word op de schouder getikt; “ha die meeloper, ook hier? Ja, ik ook hier”. Met de beste wil van de wereld kan ik me niet herinneren elkaar ooit eerder gesproken te hebben. Al komt z’n gezicht mij niet onbekend voor. Ik veins dat ik hem ken en luister naar zijn verhaal over een krakkemikkige voorbereiding. Ik hecht er niet al te veel waarde aan. Je moet je tenslotte toch indekken voor het geval je met een voor jou teleurstellende tijd de finish passeert. Gelukkig wordt-ie midden in een verhaal over zijn prestaties in het verleden onderbroken door een echte bekende. 

Het wordt tijd om naar buiten te gaan. Het regent nog steeds, ruim een half uur voor de start. Een warming up, of iets wat daar voor door gaat, is tenslotte nooit weg. Al heen en weer lopend, een kleine versnelling, wat knie heffen, wat draaien, bukken en buigen, bereid ik me voor op komen gaat. Het stormt. Ik loop hier niet voor het eerst, ik ken het parcours. Het kan een helse loop zijn, zeker vandaag, in dat kale polder landschap met die eindeloze vergezichten en de lange rechte stukken asfalt zonder enige beschutting. Je kunt eindeloos ver vooruit kijken en zo met eigen ogen waarnemen wie er heel snel van door is gegaan en hoever je achterligt. Maar dat hoeft je niet te deren, jij loopt immers voor jezelf, voor je plezier. Het is een groot voordeel dat je de finish ruim, voordat je er bent, al in het vizier hebt. Je hebt dan zelf in de hand of je strompelend van vermoeidheid dan wel huppelend en ogenschijnlijk fit de eindstreep zal passeren.   Lees verder

Rondje Makkum door Meeloper

Winter, voorjaar zeg ’t maar

De Open Makkumer Winter Trimloop. Gezien de temperatuur moet je je fantasie de kost geven om het gevoel van ‘winter’ vandaag tot leven te brengen. Maar dat doet niets af aan de intentie van de organisatoren. Tjerk, Johan en consorten hebben er weer een mooi en uitdagend evenement van gemaakt. In vergelijking met andere jaren hebben ze het parcours van de 10 km een paar honderd meter langer gemaakt, zodat we 600 meter op het strand lopen De zon schijnt en uit de wind en in de zon is het zelfs aangenaam.
Het is de ideale loop om definitief af te rekenen met de gevolgen van de feestdagen. Onder het motto ontwaak uit je winterslaap en daag jezelf uit op de 5 of op de 10 kilometer. Het is een mooi parcours. Aan afwisseling geen gebrek. Asfalt, klinkers, schelpen, modder en zand als ondergrond, voor elk wat wils.

Makkum ‘Poort naar de Zuiderzee’, zo stond het bekend vanaf de Middeleeuwen en was toen al een belangrijk handelscentrum. De strategische ligging heeft er toe geleid dat in met name de 18de eeuw Makkum een welvarend dorp, met stadse allures, werd. De schelpkalkovens, -branderijen waren in die tijd de belangrijkste pijlers voor de welvaart van het dorp. De bedrijvigheid richtte zich vooral op steen- en tegelbakkerijen en op scheepsbouw. De visserij was door de eeuwen altijd ondergeschikt. (Bron: Wikipedia). Vandaag de dag is daar niet veel meer van te merken. Watersport en toerisme zijn het handelsmerk geworden.

Temidden van een aangroeiend legertje hardlopers bevind ik mij in de kantine van de plaatselijke voetbalclub. Gezelligheid troef, vele bekenden die elkaar begroeten, een kop koffie en dan hebben we het er nog eens over. Op een tafel staan prijzen, gekoppeld aan het startnummer, voor de verloting uitgestald. Dat zijn de prijzen waar ik mijn hoop op kan vestigen, want een huldiging op het ereschavot met een passende beloning is voor mij niet weggelegd. Even later stappen we ‘en masse’ naar buiten; een deel voor een warming up en een ander deel om gewoon te wachten tot het zover is. Lees verder

Verslag Gaasterlan Run door Meeloper

Gaasterland Run 2019

Geen winterse omstandigheden vandaag, 21 december 2019. Aangenaam weer om hard te lopen. De temperatuur iets onder de 10 graden, droog, niet al te veel wind. Lopen in Gaasterland is lopen in een bosrijke omgeving. Het is lopen in een stukje Nationaal Landschap Zuidwest Friesland, volstrekt anders dan het overwegend vlakke en kale landschap elders in de provincie. Het licht glooiende landschap bestaat uit keileemruggen, ontstaan in de ijstijd en opgestuwd door gletsjers afkomstig vanuit het noorden. (een weetje: een lichte verhoging in het landschap heette in vroeger tijden een gaast).

Maar dat zal ons vandaag een zorg zijn. Wij hebben andere gedachten. Of je nu 4 mijl, 12 kilometer of een halve marathon van plan bent te lopen, er telt maar een ding: hoe kom ik met plezier van start naar finish.

Het duurt nog even voor het startsein gegeven gaat worden. Gedwee staan we te wachten. Het regent, licht, maar toch. Gezien de reacties om mij heen door weinigen verwacht. De een de blik werpend op z’n horloge, een ander schichtig
rond kijkend, een derde frunnikt voor de zoveelste keer wat aan de kleding en weer een ander staart stil voor zich uit. Bovenal wordt er gekletst en overlegd volgens welke strategie er gelopen gaat worden. Ach, veel keuze is er niet. Je start als een dolle, de blik op oneindig en het verstand op nul om na verloop van tijd de man met de hamer ongenadig te voelen toeslaan. Of je gaat rustig op pad, zet het ene been voor het andere, je neemt de omgeving in je op, maakt onderweg een praatje en geniet met volle teugen. Het kan ook zijn dat je met een doordacht plan probeert ‘lekker’ te lopen met het doel vrolijk fluitend de eindstreep te passeren. Kortom er zijn vele voornemens die je kunnen ‘helpen’om van A naar B te gaan. Hier, voor de start is aan niemand te zien wat-ie van plan is.

De tijd verstrijkt en de onrust neemt toe. Geschuifel, voor de zoveelste keer een blik op het horloge, een laatste groet aan een bekende die jou succes wenst en dan het aftellen. Boem. Een bont (letterlijk en figuurlijk) gezelschap zet zich in beweging. De tijdlopers gaan er als een speer vandoor, de rest volgt op de eigen manier. Het kost enige moeite om de juiste koers te vinden. Het is druk en de ruimte is beperkt, maar met moed, beleid en wat inschikken lukt het iedereen om na enkele tientallen meters het ritme te vinden, waarin-ie zich lekker voelt. De sfeer om mij heen is prima. Het regent niet meer. Vrolijke gezichten, het kan ook nauwelijks anders onder deze omstandigheden, in deze mooie omgeving en met de feest- en vrije dagen in het verschiet. Er wordt nog een enkele woord uitgewisseld. Nog steeds goed op blijven letten om een ander niet te hinderen. De verschillen in snelheid zijn nog groot; ik word ingehaald, maar doe het zelf ook.

Maar naarmate de meters worden weggelopen lijken de kaarten geschud. De meesten hebben het ritme gevonden, passend bij de eigen loopstijl en conditie. Ik loop in een klein groepje in een voor mij comfortabel tempo. Het stemt mij tot vreugde en optimisme. De Luts ter linkerzijde, de straatweg rechts en bomen overal. De groep valt helaas al snel uiteen. Mijn loopvriend heeft een ander tempo gevonden. Enkele tientallen meters loopt hij voor mij uit. Ik stel vast dat de afstand tussen ons groter wordt. Het zij zo; we hadden ook geen enkele afspraak om met elkaar op te lopen. Lees verder

Op de weg terug.. door Meeloper

Ik loop in …. Schoorl

De duinen bij Schoorl, zo’n 5 kilometer breed. Een gevarieerd gebied met loof- en naaldbomen, met zandverstuivingen, heidevelden, met vennetjes en open vlaktes met laag struikgewas. Van zeeniveau tot een 55 meter er boven. Een ideale omgeving voor sportieve activiteiten.

Twee jaar lang sukkelde ik met een hardnekkige blessure in en aan de kuiten. Niet dat ik er in het dagelijkse doen en laten veel last van had. Neen, dat kan ik niet zeggen en ook niet dat er niet gelopen kon worden. Als het ‘over’ was, trok ik voorzichtig de schoen weer aan om met behulp van een gerenommeerd schema voor beginners de kuiten op de proef te stellen. Telkenmale ging het na korte of langere tijd mis. Totdat grondige sportmassage soelaas bood.

Op de weg terug
In dit voorjaar opnieuw een Start-to-Run-schema, in enigszins aangepaste vorm, uit de kast gehaald. Na een week of vijf een nieuw schema met de nadruk op de langzame wat langere afstanden; 3 kilometer, wordt 4 en 4 wordt 5. De inschrijving voor de Berenloop op Terschelling opent. Die kans laat ik niet aan mij voorbij gaan. Nu wordt het serieus. Aan de bak! Een schema met een afwisseling in interval, in langzame en iets minder langzame duurloopjes; verdeeld over een week en met minimaal een dag rust tussen elke inspanning. Probeer dat maar eens vol te houden in Italië op vakantie. Fietspaden kent men daar niet of nauwelijks. Dus lopen langs de weg. Tja, dat kan in Nederland, maar in Italië, ook op het platteland daar telt alleen gemotoriseerd verkeer. Te voet of op de fiets, je bent je leven niet zeker. Gelopen heb ik wel, maar alleen daar waar volgens de Italianen zelf, je levend thuis kunt komen. De regelmaat ontbrak. Gelukkig is de Berenloop nog ver weg. Lees verder

Ik loop in… Lopen tijdens de vakantie.

Ik loop in……….San Vincenzo en …….

Autorijden kunnen ze als de beste, die Italianen. Ze trekken zich ook weinig aan van verkeersregels. Ze maken ze zelf. In stad of dorp, op secundaire of op snelwegen, het maakt niet uit. Het is hun bedoeling om zo snel mogelijk van A naar B te komen en daarbij zijn ze niets ontziend. Soms hilarisch om te zien, dan weer tenen krommend.
Ik loop in de buurt van een wat duffe, stille havenplaats, San Vincenzo. De camping ligt op en zestal kilometers in zuidelijke richting, niet ver, ongeveer 700 meter van zee. Eerst een rondje camping. Geen mens te zien en niet alleen omdat het vroeg in de morgen is. Het toeristen seizoen is hier nog niet op gang. Het is een grote camping met vele z.g. chaletjes. Het ziet er verzorgd uit.

Ik verlaat de camping. De zon schijnt en er is wind uit het zuiden, matig. Ik loop en kijk om mij heen. Het landschap is niet onaardig. Veel groen, licht heuvelend, veel cipressen en andere naaldbomen. Landinwaarts een enkel plaatsje gedrapeerd tegen de bergen. Waar geen bomen staan braakliggende grond overwoekerd door onkruid. Een enkele sloot is zichtbaar. Ik loop en dat gaat lekker. Een rustig tempo. Als ik goed en wel de camping heb verlaten kom ik bij een weg evenwijdig aan de kustlijn. De zee onttrekt zich aan het gezichtsveld door een smalle strook naaldbomen en struikgewas. Ik sla linksaf en neem het fietspad langs de weg. Ach, fietspad is wel wat veel gezegd. Op de weg, die van zich zelf al niet erg breed is, is aan een kant een strook asfalt afgescheiden door een betonnen opstand van enkele centimeters hoog. Het pad is natuurlijk overal niet even breed. Op z’n breedst anderhalve meter en op zijn smalst een halve. Op het asfalt is een fiets en een wandelaar afgebeeld. Daar moeten wij het mee doen. Ik loop en de auto’s razen langs je heen. Het is geen pretje, uitlaatgassen, walmen diesel van wel heel oude auto’s, zuigwinden van met name vrachtauto’s. En ik realiseer mij dat het opstaande scheidingsrandje tussen fietspad en rijweg voor Italianen geen onneembaar obstakel is. Even later ontvouwt zich het bewijs; de auto die mij zojuist heeft ingehaald moet uitwijken voor een tweetal tegemoetkomende auto’s. Lees verder

De loop zit er weer in.. vakantietijd met Meeloper

Ik loop in ……………

Het is dinsdag 30 april. De camping ligt in een parkachtige omgeving aan de zuidkant van de stad Luxemburg. De zon schijnt. Menigeen is bezig de schotel te installeren; t.v. kijken is blijkbaar een must. Onze t.v. is thuis, het is tenslotte vakantie! Als ik de buurman zie hannesen, caravan in- en uitlopen, draaien aan knoppen, schotel iets meer naar links, schotel verticaal, iets minder verticaal, een boze blik werpen naar z’n vrouw, zuchten en de goden verzoeken omdat-ie nog steeds geen beeld heeft, dan prijs ik mij gelukkig dat wij op de fiets de omgeving wat kunnen verkennen. Als wij na ruim een uur van ons verkenningstochtje ‘thuis’ komen, zit de buurman schijnbaar ontspannen voor zich uit te staren. Wanneer ik hem vraag of het hem gelukt is om vanavond Ajax te kunnen zien spelen tegen Tottenham laat hij mij weten dat voetbal hem niet interesseert en dat hij nooit, maar dan ook nooit kijkt. De t.v. heeft-ie aan de praat en hij laat me weten dat- ie weleens van Ajax heeft gehoord. Hij……., hij heeft een t.v. omdat hij van snookeren houdt! Ik weet geen woord meeruit te brengen. Vanmorgen nog las ik in de krant dat heel Europa in de ban is van Ajax, dat Frankie, Matthijs en Donny ‘godenzonen’ zijn, maar de eerste de beste Hollander die ik in het buitenland aanspreek, weet van toeten noch blazen. Als ik later links en rechts het onderwerp voetbal, lees Ajax, nog eens laat vallen, hult men zich in zwijgen. Zelfs in het kleine cafeetje op de camping weet men van niks. Ik weet genoeg; Ajax leeft niet bij iedereen. De wedstrijd hoef ik niet te missen; een IPad en Ziggo go, dat is genoeg!

Het is inmiddels woensdag; Ajax heeft gewonnen en de wereld veroverd. Tenminste als ik alle berichtgeving mag geloven. Wij op de fiets naar Luxemburg centrum, op ruim 10 km gaans van onze pleisterplaats. Een prachtige stad, veel en mooie gebouwen uit vervlogen tijden, gezellige pleinen, mooie indrukwekkende kazematten, prachtige parken en gezellige pleinen met veel terrassen en een heel ontspannen sfeer.

In de middag hardlopen. Het is mijn tweede loop in deze vakantie. Maandag liep ik in Valkenburg, heuvel op en af; geen 100 meter horizontaal, met plezier, genietend van een, voor mij als plattelander, zevental kilometers in een glooiend landschap.
Vandaag heb ik besloten dat een rustige duurloop in zone 2 mij niet voor onoverkomelijke
problemen zal plaatsen. Na 25 km op de fiets en na een paar uur slenteren door een stad wil ik me niet uit de naad ‘werken’. Welgemoed ga ik op pad. Het is 1 mei, de dag van de arbeid. In ons eigen land niet iets om wakker van te liggen, maar in vele buitenlanden is het een feest- en vrije dag. Zo ook hier in het Groothertogdom Luxemburg. De zon schijnt, de temperatuur is aangenaam en men gaat er op uit. Fiets, racefiets, mountainbike, kinderwagen, loopfietsen, rollatoren, scootmobiels bevolken het prachtige fietspad. Gelijk hebben ze. Het is breed genoeg, auto’s mogen en kunnen er niet komen. De omgeving waar het fietspad door heen loopt is de moeite waard. Er wordt gewandeld, gefietst, op menig open plek wordt gepicknickt. Hardlopers en joggers in overvloed en ik prijs me gelukkig dat ik een van hen kan en mag zijn. Het loopt, ik loop, gesmeerd. Ademhaling onder controle, steeds het ene been voor het andere, rechtop, de juiste armbeweging, voeten goed neer zetten, tegemoet komende lotgenoten groeten met een ‘bonjour’.
We zijn tenslotte in een overwegend Franstalig land. Ik kan niet zeggen dat het een echt vlak parcours is, maar gezien een somtijds ietwat hogere hartslag, zelfs tot in zone 4, en het gevoel in de benen stel ik vast dat er veel vals plat moet zijn. Het is ook warm, het zweet loopt, wind is er niet, wandelaars paraderen in zomertenue. Na acht kilometer nog een klein rondje door een park en dan naar ‘huis’. Op de camping is het rustig, er wordt geborreld. Daar sluit ik mij voldaan bij aan. Lees verder

De nasleep van een blessure.. verslag Meeloper

Weerbericht

Nog steeds moet ik mijn (trainings)loopjes zorgvuldig plannen. Een langdurige en een steeds terugkerende blessure boezemt nu eenmaal angst in. Of ik wil of niet. Ik loop nu sinds een tweetal weken wat rustige duurloopjes van verschillende lengte. Afgelopen maandag voor het eerst wat aan intervaltraining gedaan. Na afloop de heilige overtuiging dat ik donderdagmorgen weer zou gaan lopen. Het gaat dus voorspoedig.

Een voorspelling is een voorspelling. En dat geldt voor het weer helemaal. Ik weet het. Zo zit ik woensdagmorgen met de krant, een kop koffie en radio Fryslân het afwenden van een kabinetscrisis over het kinderpardon te verwerken. Het is Piet Paulusma die mij de oren doet spitsen. Pyt seit: “tongersdei snie”. En daar zit ik nou net niet op te wachten. Herstellen van ongemak aan de kuiten en dan “glêdens”. Er is niet veel fantasie voor nodig om de gevaren van nieuw ongemak te overzien. Hardlopen met gladheid is in dit geval ‘de goden verzoeken’. Als de wiedeweerga steek ik mij dan ook in mijn loopkleren. Muts en handschoenen ontbreken niet, want volgens de deskundigen is het nogal koud.

Zo ga ik op pad, een dag eerder dan de bedoeling was. Niet twee dagen rust na een interval training maar slechts een. Ik ben nog geen honderd meter van huis verwijderd of de muts gaat af. Koud is het niet, wind staat er nauwelijks. De handschoenen houd ik nog even aan. Woonwijk uit en op naar ‘buiten’. Eenmaal over het fietspad naast de weg overdenk ik mijn haastige spoed: is dit wel verstandig, een dag in plaats van twee dagen rust? Ach, wandelen kan altijd en er zijn, gezien de route die ik in gedachten heb verschillende mogelijkheden om hem in te korten. Ik loop en dat doet mij goed. Even later wanneer ik rechtsaf ben geslagen en het zicht heb op de skyline van IJlst en de zon heel voorzichtig probeert zich een weg te banen door de hoge en egale bewolking geniet ik met volle teugen van het uitzicht. Links en rechts de weilanden die er in de winterstand bijliggen. Langs de slootkant een blauwe reiger ineen gedoken en loerend op een prooi. De sloot met hier en daar een flinterdun laagje ijs, een paar kauwen die laag over het gras scheren. Soms staat er tegen de wallenkant nog een plukje vergeten riet. Geen mens te bekennen. Stap voor stap, in een rustig, heel rustig duurloop tempo nader ik het punt, waar ik de beslissing moet nemen om de kortste weg naar huis te nemen. Ik concentreer me op mijn benen: voel ik wat? Neen, nog niet. Wat niet is, kan komen! De ademhaling heb ik volledig onder controle. Mijn hartslag is laag, volgens Zoladz in zone 2. Prima, stel ik voor mijzelf tevreden vast.  Lees verder

Meeloper… helaas geen Berenloop.

Zo word je toeschouwer…….

Een blessure veroorzaakt ‘ellende’. Er zit niets anders op dan dat je je sportattributen voor kortere of langere tijd aan de wilgen hangt. En dat wil je niet. Het betekent veelal verlies aan conditie en niet zelden een achteruitgang in sporttechnische vaardigheden. Terugkomen op het ‘oude’ niveau kost veel moeite, veel energie. Fysiek en mentaal.

Het is mij overkomen. Het begon lang nadat ik de verandering van hak- naar midden/voorvoet landing had volbracht. Heus niet van de ene dag op de andere. Echt niet in een keer, maar langzaam opgebouwd. Ik heb er de tijd voor genomen. Anderhalf jaar heeft het geduurd. Tijdens een rustige duurloop een paar keer de haklanding veranderen in een middenvoet landing en altijd niet langer dan een tiental meters. Geleidelijk heb ik het aantal meters uitgebreid. Totdat ik uiteindelijk een duurloop van een twintigtal kilometers geheel op de nieuwe manier kon uitlopen. Daarna ging het mis. De kuiten begonnen zich nadrukkelijk te melden. Het begon met een klein pijntje, kortdurend. Vervolgens geleidelijk wat gevoeliger en langduriger. Uiteindelijk kon ik geen stap meer verzetten zonder hevige pijn.

Goede raad is niet duur, maar wel heel divers. ‘Je moet naar de fysio, je moet koelen, slik je wel magnesium, sta op een traptrede en duw je hielen een voor een naar beneden, ga naar ……….! Doe dit, doe dat, doe vooral niet ……..’ En dan de verhalen over de eigen blessure, de ongemakken en vooral hoe lang het geduurd heeft.  Lees verder

Een loopje tijdens de vakantie (3)

Ik loop ……….. in Prora op het schiereiland Rügen

Van 1936 tot 1939 werd aan de Oostzeekust op het (schier)eiland Rügen een 4,5 km lang gebouw van 6 verdiepingen gebouwd voor 20.000 mensen in opdracht van de nationaalsocialistische gemeenschap ‘Kraft durch Freude’. Dit ‘KdF Strandbad’ is het overblijfsel van een sociaal-historische poging om de arbeidersklasse te winnen voor het oorlogs-, rassen- en leefruimtebeleid voor en van het Duitse volk.

Het is vandaag de dag een indrukwekkend gebouw; deels nog verwaarloosd en overgeleverd aan tand des tijds. Grote delen zijn al gerenoveerd en volledig vernieuwd en geschikt als vakantieverblijf voor mensen met een wat ruimere portemonnee. Het gerenoveerde deel ziet er gelikt uit. Edoch, toch is het een plek waar de mythe van het nationaalsocialistische systeem nog merk- en tastbaar is, niet in het minst door een indrukwekkend museum, annex informatiecentrum waar men in beeld en geluid wordt geconfronteerd met dit afgrijselijke verleden.

De camping ligt op een kleine 2 kilometer gaans van dit verleden. Ik heb de schoenen aan, een groen shirt waarop duidelijk Loopgroep Sneek leesbaar is. Vanaf de camping loopt een bospad van ongeveer een kilometer naar de weg die ik over moet steken om bij het verleden te komen. Ik gebruik die kilometer om wat in te lopen, om te ‘warming-uppen’. Warm was ik eigenlijk al wel, want, ondanks dat het nog maar half negen in de morgen is, heeft de zon zich al nadrukkelijk gemeld. De vogels fluiten. Een bos is een bos en daarmee is alles gezegd. In mijn geval moet ik er door heen en dat gaat als ik maar het ene been voor het andere zet.  Lees verder

Een loopje tijdens de vakantie (2)

Ik loop in ………..Tossens

Tossens is gelegen aan de Waddenkust op een schiereiland (Butjadingen) in het noorden van Duitsland (Ost-Friesland).
Het moet er maar weer van komen. Een shirt met Schiermonnikoog, een korte broek en loopschoenen aan. De benen, ondanks het aanhoudende mooie weer, nog steeds oogverblindend wit. In alle vroegte zelf gewekt door het ‘geschreeuw’ van talloze scholeksters. De rest van de camping nog in ruste. Het is wederom mooi weer. In tegenstelling tot de vorige dagen staat er nu een stevige wind uit oostelijke richting. De camping ligt buitendijks. Om er van af te komen loopt er een weggetje naar de dijk omhoog. De eerste vijftig meter is vlak, daarna moet nogal steil omhoog.
Steunend, kreunend, hijgend kom ik boven. Zonder een fatsoenlijke warming up, dan wel een aanloop van een kilometer is het geen wonder dat het lijf protesteert. De weg naar beneden bevrijdt de geest van de stress, maar fysiek niet van alle gevoeligheden. Eenmaal op het horizontale vlak beweeg ik mij voort op een tempo dat een jongmens wandelend gemakkelijk kan bij benen. Tot mijn geluk zijn er geen toeschouwers. Zo kan ik dan ook rustig aan mijn herstel werken. Na een paar honderd meter ‘werp’ ik een blik op mijn horloge. Hartslag op duurloop niveau, de benen doen weer wat ze moeten doen zonder ‘pijn’ en in mentaal opzicht schijnt de zon.
Ik loop over een breed voet-, fietspad dat gescheiden wordt van de rijbaan door een smalle strook grond met daarin om de 10 meter een boom. Niet zo maar wat bomen, maar bomen die in volle bloei staan. Het is een mooi gezicht.
Ik heb een rondje in gedachten. Aanvankelijk geen idee hoe lang. Maar na een tweetal kilometers realiseer ik me dat het een klein rondje is. Tot iedere prijs wil ik voorkomen dat het thuisfront mij verwelkomt met: “Ben je er nou al?” M.a.w. ik moet er maar wat van maken. Ik zal er in ieder geval voor zorgen dat ik ‘uitgeput’ thuis kom. Het parcours leent zich ervoor om wat aan interval te gaan doen. Eerst zijn er op gezette afstanden lantaarnpalen. Vijf keer versnellen en vijf keer joggen. Vervolgens rechtsaf het buitengebied in. Een boom links, een hek even verderop aan de rechterkant aan de rand van een weiland, een slootje, een bochtje in de weg, asfalt dat overgaat in klinkers en daarna weer in asfalt, een vervallen gebouwtje aan de rand van een akker, een stapel hout links van de weg; genoeg markeringspunten om in wisselende tempo’s mij in het zweet te werken. En de afstanden tussen de ‘merktekens’ zijn nergens hetzelfde. Dat maakt het tot een aantrekkelijk trainingsrondje. Er nadert een fietser. De weg is smal. De fietser houdt rechts. Ik loop op het midden van de weg en ga nu ook rechts lopen. “Moin”, klinkt het; de gebruikelijke groet hier in Ost-Friesland. Ik hoop dat mijn “Moin” precies zo klinkt als die van hem, maar dat zal wel een illusie zijn. Ik concentreer me op mijn ‘opdracht’. Het lukt aardig en wat vooral tot tevredenheid stemt is dat de hartslag snel daalt als ik moet joggen. Ik nader de camping en neem een kloek besluit. Er zijn binnen een afstand van enkele honderden meters een paar mogelijkheden om het talud van de dijk te testen. Na vier keer heb ik er tabak van en dat komt goed uit. Het is geen sinecure, de helling is steil en heeft een lengte van een meter of vijftig, met als gevolg dat ik dan ook redelijk uitgewoond thuis kom.

Meeloper

Een loopje tijdens de vakantie

Ik loop ………. in Norddeich

Het is klokslag acht uur in de morgen. Een kop thee en een krentenbol. Sluierbewolking. Dat zal niet lang duren. De zon zal ongetwijfeld ongetwijfeld haar werk doen. Het is iets meer dan een graad of tien. Het is mijn eerste loopje sinds een kleine week. Het weer en het reisschema zaten in de weg. De camping ligt pal achter de dijk. Veel mogelijkheden zijn er niet. Het is of links-, of rechtsaf langs de Waddendijk, of aan de landzijde, of aan de zeezijde.
Ik verlaat de camping en loop via een fietspad richting het dorp Norddeich. Na een paar honderd meter kan ik via een trap de dijk op. Ik doe een poging om in looppas de treden te bedwingen. Halverwege moet ik erkennen dat dit te hoog is gegrepen. Moeizaam vervolg ik mijn weg. Op de kruin van de dijk geniet ik van het uitzicht. Het is laag water. Het eiland Juist is goed waarneembaar met een bescheiden skyline, in tegenstelling tot Norderney met een paar torenhoge gebouwen. De kruin van de dijk is redelijk begaanbaar. Velen, hardlopers, wandelaars, honden bezitters zijn mij voor gegaan. Het gras is kort en de ondergrond is hard.
De zon heeft inmiddels de bewolking opgelost. De temperatuur van de buitenlucht is voelbaar toegenomen, die van mij trouwens ook. Na een paar honderd meter wordt het pad versperd door een hek. Ik besluit om aan de wadkant, onder aan de dijk, mijn weg te vervolgen. Een klaphek verschaft mij knarsetandend toegang tot de ‘rest’ van de dijk. De voet van de dijk, vanaf het water omhoog, bestaat uit 10 meter breed asfalt. Daarboven zeker twintig meter is grasland. Het zeewater is ver weg; het is eb. Een groot deel van de Waddenzee is drooggevallen. Het slik is grauw van kleur. Om de golfslag te breken zijn er vierkante en rechthoekige percelen aangelegd. De zijden worden gevormd door Wilgetenen die gevlochten tussen paaltjes ogen als een soort van lage dijkjes.
Geen mens te bekennen, vogels daarentegen in overvloed. Ik vermoed dat het Strandlopertjes zijn. Ik weet dat er vele soorten zijn, maar lopend zijn ze voor mij niet te onderscheiden. Op de dijk schapen. Het valt mij op dat er geen meeuwen zijn. Kom daar in Nederland langs het Wad eens om.  Lees verder

Afzien met Meeloper tijdens Vuurtorenloop op Vlieland

De Vuurtorenloop

Na afloop van mijn eerste Vuurtorenloop schreef ik het volgende:
“Als er een top tien van loopevenementen zou bestaan met het meest uitdagende parcours dan zou de Vuurtorenloop van Vlieland er zonder enige twijfel op voorkomen. Je loopt geen kilometers, maar zeemijlen, je ploetert door een zandbak, je rent over en langs een Waddendijk met een prachtig uitzicht, je beklimt hijgend en steunend het Vuurboetsduin (een maal voor de 5 en twee maal voor de 10 zeemijlen), zodra je boven bent, zou je kunnen genieten van een fenomenaal uitzicht, als je tenminste daar nog aan toe komt, je krijgt een stuk vals plat voor de kiezen, je geniet van het golvende parcours door de duinen, je komt tot “rust” op de Postweg, klimt nog een keer naar de Vuurtoren om tenslotte kris kras door het bos aan het eind van je Latijn, maar voldaan de finish te passeren.”

VUURTORENLOOP 2018……HOE WARM HET WAS EN HOE VER……

De eerste paar honderd meter zitten er op, de kop is er af. Iets minder dan tien zeemijlen nog voor de boeg. Het pad is smal, het is druk, het is warm, weinig verkoeling van wind, veel ruimte om in te halen is er niet. Daar heb ik ook geen enkele behoefte aan. Ik heb me voorgenomen het rustig aan te doen en de tijd de tijd te laten. Ik probeer zoveel mogelijk rechts te lopen, opdat de snelle ‘jongens’ hun gang kunnen gaan. Af en toe ontkom ik er niet aan om ook iemand voorbij te gaan. Straks op het strand is er ruimte genoeg voor iedereen.
Het duinlandschap links en rechts is prachtig. De begroeiing ‘ontwaakt’ uit de winterslaap. Een lichte stijging in het parcours en de eerste wandelaar dient zich aan. Als ik hem passeer, zie ik dat-ie geblesseerd is. Vervelend lijkt me dat. Je begint ergens aan en binnen de kortste keren zit je in de penarie. Ik moet er niet aan denken. Zie maar eens ‘thuis’ te komen. Als we links afslaan, worden schelpen vervangen door klinkers en dan is er ruimte. Even verderop is de duinovergang. Piet Noordenbos de initiatiefnemer van de Vuurtorenloop, waarschuwde ons er voor bij de start: naar boven zal het weinig problemen opleveren, de weg omhoog is langer dan die naar beneden en een stuk minder steil. Gezien de droogte en de warmte en het losse zand op de stelconplaten is het oppassen geblazen, want het kan glad zijn. Daar komt nog bij dat het beton vrij snel over gaat in het zand(strand) en het leger heeft daar ook nog geoefend met zwaar materieel; het wordt zwaar.  Lees verder