De loop zit er weer in.. vakantietijd met Meeloper

Ik loop in ……………

Het is dinsdag 30 april. De camping ligt in een parkachtige omgeving aan de zuidkant van de stad Luxemburg. De zon schijnt. Menigeen is bezig de schotel te installeren; t.v. kijken is blijkbaar een must. Onze t.v. is thuis, het is tenslotte vakantie! Als ik de buurman zie hannesen, caravan in- en uitlopen, draaien aan knoppen, schotel iets meer naar links, schotel verticaal, iets minder verticaal, een boze blik werpen naar z’n vrouw, zuchten en de goden verzoeken omdat-ie nog steeds geen beeld heeft, dan prijs ik mij gelukkig dat wij op de fiets de omgeving wat kunnen verkennen. Als wij na ruim een uur van ons verkenningstochtje ‘thuis’ komen, zit de buurman schijnbaar ontspannen voor zich uit te staren. Wanneer ik hem vraag of het hem gelukt is om vanavond Ajax te kunnen zien spelen tegen Tottenham laat hij mij weten dat voetbal hem niet interesseert en dat hij nooit, maar dan ook nooit kijkt. De t.v. heeft-ie aan de praat en hij laat me weten dat- ie weleens van Ajax heeft gehoord. Hij……., hij heeft een t.v. omdat hij van snookeren houdt! Ik weet geen woord meeruit te brengen. Vanmorgen nog las ik in de krant dat heel Europa in de ban is van Ajax, dat Frankie, Matthijs en Donny ‘godenzonen’ zijn, maar de eerste de beste Hollander die ik in het buitenland aanspreek, weet van toeten noch blazen. Als ik later links en rechts het onderwerp voetbal, lees Ajax, nog eens laat vallen, hult men zich in zwijgen. Zelfs in het kleine cafeetje op de camping weet men van niks. Ik weet genoeg; Ajax leeft niet bij iedereen. De wedstrijd hoef ik niet te missen; een IPad en Ziggo go, dat is genoeg!

Het is inmiddels woensdag; Ajax heeft gewonnen en de wereld veroverd. Tenminste als ik alle berichtgeving mag geloven. Wij op de fiets naar Luxemburg centrum, op ruim 10 km gaans van onze pleisterplaats. Een prachtige stad, veel en mooie gebouwen uit vervlogen tijden, gezellige pleinen, mooie indrukwekkende kazematten, prachtige parken en gezellige pleinen met veel terrassen en een heel ontspannen sfeer.

In de middag hardlopen. Het is mijn tweede loop in deze vakantie. Maandag liep ik in Valkenburg, heuvel op en af; geen 100 meter horizontaal, met plezier, genietend van een, voor mij als plattelander, zevental kilometers in een glooiend landschap.
Vandaag heb ik besloten dat een rustige duurloop in zone 2 mij niet voor onoverkomelijke
problemen zal plaatsen. Na 25 km op de fiets en na een paar uur slenteren door een stad wil ik me niet uit de naad ‘werken’. Welgemoed ga ik op pad. Het is 1 mei, de dag van de arbeid. In ons eigen land niet iets om wakker van te liggen, maar in vele buitenlanden is het een feest- en vrije dag. Zo ook hier in het Groothertogdom Luxemburg. De zon schijnt, de temperatuur is aangenaam en men gaat er op uit. Fiets, racefiets, mountainbike, kinderwagen, loopfietsen, rollatoren, scootmobiels bevolken het prachtige fietspad. Gelijk hebben ze. Het is breed genoeg, auto’s mogen en kunnen er niet komen. De omgeving waar het fietspad door heen loopt is de moeite waard. Er wordt gewandeld, gefietst, op menig open plek wordt gepicknickt. Hardlopers en joggers in overvloed en ik prijs me gelukkig dat ik een van hen kan en mag zijn. Het loopt, ik loop, gesmeerd. Ademhaling onder controle, steeds het ene been voor het andere, rechtop, de juiste armbeweging, voeten goed neer zetten, tegemoet komende lotgenoten groeten met een ‘bonjour’.
We zijn tenslotte in een overwegend Franstalig land. Ik kan niet zeggen dat het een echt vlak parcours is, maar gezien een somtijds ietwat hogere hartslag, zelfs tot in zone 4, en het gevoel in de benen stel ik vast dat er veel vals plat moet zijn. Het is ook warm, het zweet loopt, wind is er niet, wandelaars paraderen in zomertenue. Na acht kilometer nog een klein rondje door een park en dan naar ‘huis’. Op de camping is het rustig, er wordt geborreld. Daar sluit ik mij voldaan bij aan.

Het heeft de hele nacht geregend, het kwam met bakken uit de lucht. En Ajax ook nog verloren; er zijn vrolijker tijden. Maar vanmorgen is het droog. Ik trek de stoute schoenen aan. Het is al weer vele dagen terug dat ik gelopen heb. Het kwam er niet van. Lopen over een weg waar druk verkeer vlak langs je raast, is geen pretje en op de camping waar we een drietal dagen verbleven zag ik er geen brood in om 10 of meerdere keren een rondje camping te doen. Maar deze morgen is het zover. We zijn in Viareggio, een plaats aan de kust. De camping is gunstig gelegen aan de rand van een bos, het bos sluit aan op de duinen. Om precies half acht loop ik de camping af, steek de weg over om aan de andere kant het fietspad op te gaan. Nu is een Italiaans fietspad niet een pad dat wij een fietspad zouden durven noemen. Het is een pad, ooit aangelegd, oorspronkelijk afgedekt met steenslag, maar vandaag de dag overwoekerd met onkruid, vol (val)kuilen, bezaaid
met takken en boomwortels die het lopen tot een hachelijke onderneming maken. Daar komt deze morgen nog bij, vanwege de overvloedige regenval van de afgelopen nacht, dat er plassen staan waar kinderen met speelgoed bootjes minstens een dag zoet zouden zijn. Het alternatief is de weg, maar daar raast het verkeer. Noodgedwongen dus over het pad. Binnen de kortste keren natte voeten, maar daar valt mee te leven en te lopen. Lastiger is het dat je verschrikkelijk goed moet kijken waar je je voeten neerzet. Na enkele honderden meters is er gelukkig een pad naar links, het bos in. Het pad is een paar meter breed, een zanderige ondergrond, bedekt met vnl dennennaalden en bladeren; een ‘lekkere’ ondergrond om op te lopen. Er zijn hier en daar nog wat plassen, maar die zijn gemakkelijk te omzeilen. Het loopt kortom gesmeerd. Ik kan dan ook goed om mij heen kijken. Het bos is een en al chaos. Naaldbomen die verrekte kaarsrecht de hoogte in zijn gegroeid, met alleen in de top nog een soort van kruin. Daaronder manshoog allerlei opschot.
Ik herken kamperfoelie en wat bramen struiken, maar de rest van het struikgewas kan ik niet thuis brengen. Natuurlijk zijn er ook loofbomen, maar door de hoge kruinen van de naaldbomen die veel licht wegnemen, zien ze er wat armetierig uit. Het is doodstil in het bos, geen mens, geen dier, alleen af en toe het gefluit van een vogel. Ik denk wel dat indien mij hier wat overkomt het dagen kan duren voor ik gevonden word. Ik kan me er niet druk over maken; ik loop en dat komt mijn humeur ten goede. Ik vorder gestaag en wanneer de begroeiing wat dunner wordt, dringt het besef door dat de duinen niet ver weg meer kunnen zijn. Het pad wordt minder breed, en begint te slingeren. Even lijkt alsof ik weer van de kust weg loopt, maar met een scherpe bocht naar rechts sta ik plotseling voor een duinlandschap bedekt met voornamelijk allerlei grassoorten en wat
struiken. De bewolking heeft de overhand, maar boven zee is het onbewolkt. Ik ren het duingebied in, een smal paadje slingert in de richting van het strand. De ondergrond is rul zand, het lopen kost wat meer inspanning. Gelukkig hebben de duintjes niet die hoogte die wij kennen van onze kusten.

Maar de hartslag loopt wel wat op, ademhalen wordt hijgen en de eerste druppels zweet vallen. Het strand is bezaaid met hout, het ziet er niet uit. Ik ploeter naar de waterlijn in de hoop een harde ondergrond te vinden, maar dat is ijdele hoop. In de verte zie ik vlaggen wapperen, daar zal de ‘bewoonde wereld’ wel zijn. Daar aangekomen blijkt de wereld nog onbewoond en dat zal ongetwijfeld liggen aan het vroege uur en het wat sombere weer. Het wordt tijd weer naar huis terug te keren. Ik loop mijn neus maar achterna in de veronderstelling dat ik er wel zal komen. Dat klopt, na verloop van enkele kilometers en wat bochten herken ik de weg en een pad dat mij naar de douche en het ontbijt zal brengen.

Meeloper

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.