Ik loop ………..Orebic (Peljesac, Dalmatië) 1

Dalmatië, de zuidelijkste ‘provincie’ van Kroatië, is vooral bekend om de prachtige kust, met vele baaitjes, mooie vergezichten en de talloze eilandjes. Het is er goed toeven. Peljesac, is een schiereiland, een kleine 100 kilometers ten noorden van Dubrovnik. De camping ligt hoog boven zee. Om bij het strandje te komen moeten we zeker een 80 meter steil afdalen.

Het is nog niet erg warm, zo vroeg in de morgen. Ik heb de stoute schoenen maar weer eens aangetrokken. Het is tenslotte al weer een dag of vijf geleden dat ik gelopen heb. Ik moet me er wel toe zetten. Dit staat me te wachten: vanaf de plek waar we staan kom je via een vals plat bij de uitgang van de camping. Dan een vijftigtal meter nog wat steiler omhoog om bij de weg te komen. Vervolgens aan de kant van de weg weer een vals plat van een paar honderd meter en dan een paar kilometer naar beneden. Eenmaal op zeeniveau nog een kilometer of wat vlak en dan weer omhoog of …… terug. Gisteren heb ik de route verkend op de fiets, de electrische, daarmee is het goed te doen als je tenminste op een licht verzet en op een maximaal vermogen hebt ingezet.

Ik haal adem en zet het ene been voor het andere. Niet langer talmen, maar lopen. Het eerste valse plat is gemeen, het tweede deel naar de weg is gemener en het derde stuk is het gemeenst. Dat merk ik aan mijn ademhaling, aan mijn hartslag en aan mijn benen. Op het moment dat ik overweeg te gaan wandelen nader ik het hoogste punt. Die laatste meters kosten moeite, maar dan kan het herstel beginnen. Met de rem erop naar beneden. De ademhaling wordt weer beheersbaar, de hartslag loopt snel terug, de beenspieren komen even in de ontspanningsfase om dan weer aan het werk gezet te worden. Weigeren ze werk dan lig je zo in de kreukels beneden. Dus is het inhouden geblazen en ook dat kost kracht. De bewolking is in middels opgelost, de zon begint haar werk te doen. Het wordt vast een warme dag. Ik ben bijna beneden, op zeeniveau. Ik houdt de doorgaande weg aan. Die ligt een twintig meter hoger dan het weggetje dat vlak langs het water loopt. In het dorp, Orebic, is het nog geen leven van jewelste. Een enkeling met een boodschappentas, waaruit soms een stuk brood en of wat groente steekt. Op een enkel terrasje zitten wat koffiedrinkers. Ik loop en kijk om me heen en goed uit. De straat is niet zo egaal geplaveid als ik gewend ben, de stoep lijkt nog in aanleg en vanuit de vele uitritten van de door hoge heggen omgeven tuinen kan zo maar een auto de weg opkomen. Ik heb er inmiddels zo’n vijf kilometer opzitten. Ik denk aan de weg terug en dan met name aan de lange en vooral steile helling die me nog te wachten staat. Ik sla links af en even later kom ik bij de jachthaven. Vandaar loop ik genietend van het prachtige uitzicht op de kust weer terug naar ‘huis’. Nu is het wat drukker, een enkele fietser, wat wandelaars en soms een scooter. Ik loop en het gaat goed; een rustige ademhaling en een hartslag die in zone drie. Er zijn slechtere momenten in het hardloopleven te bedenken. Maar ja, zo zit het vandaag niet in elkaar. Langzaam maar zeker loopt de weg omhoog. Eerst is het licht vals, dan wordt het vals en uiteindelijk steil. Of ik wil of niet, het tempo zakt en de hartslag stijgt. De stappen worden klein en kleiner. Het zweet drupt, loopt totdat het bijna stroomt. Er lijkt geen eind aan te komen. Ik verlang naar het hoogste punt. Ik kijk niet omhoog, anders zakt de moed mij in de schoenen. Mijn blik is sterk naar de grond gericht, zodat ik niet weet hoever ik nog moet. Maar ook nu, als ik denk dat het niet lang meer zal gaan, is de redding nabij: de top! Een diepe zucht van verlichting en later loop ik vrolijk fluitend over de camping. Ik ben er van overtuigd dat ik er nog zo fris als een hoentje uitzie. Eenmaal thuis word ik uit die droom gehaald. Met een voldaan gevoel sta ik een half uurtje later onder de douche.

Meeloper

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *