Meeloper… helaas geen Berenloop.

Zo word je toeschouwer…….

Een blessure veroorzaakt ‘ellende’. Er zit niets anders op dan dat je je sportattributen voor kortere of langere tijd aan de wilgen hangt. En dat wil je niet. Het betekent veelal verlies aan conditie en niet zelden een achteruitgang in sporttechnische vaardigheden. Terugkomen op het ‘oude’ niveau kost veel moeite, veel energie. Fysiek en mentaal.

Het is mij overkomen. Het begon lang nadat ik de verandering van hak- naar midden/voorvoet landing had volbracht. Heus niet van de ene dag op de andere. Echt niet in een keer, maar langzaam opgebouwd. Ik heb er de tijd voor genomen. Anderhalf jaar heeft het geduurd. Tijdens een rustige duurloop een paar keer de haklanding veranderen in een middenvoet landing en altijd niet langer dan een tiental meters. Geleidelijk heb ik het aantal meters uitgebreid. Totdat ik uiteindelijk een duurloop van een twintigtal kilometers geheel op de nieuwe manier kon uitlopen. Daarna ging het mis. De kuiten begonnen zich nadrukkelijk te melden. Het begon met een klein pijntje, kortdurend. Vervolgens geleidelijk wat gevoeliger en langduriger. Uiteindelijk kon ik geen stap meer verzetten zonder hevige pijn.

Goede raad is niet duur, maar wel heel divers. ‘Je moet naar de fysio, je moet koelen, slik je wel magnesium, sta op een traptrede en duw je hielen een voor een naar beneden, ga naar ……….! Doe dit, doe dat, doe vooral niet ……..’ En dan de verhalen over de eigen blessure, de ongemakken en vooral hoe lang het geduurd heeft.  Lees verder

Een loopje tijdens de vakantie (3)

Ik loop ……….. in Prora op het schiereiland Rügen

Van 1936 tot 1939 werd aan de Oostzeekust op het (schier)eiland Rügen een 4,5 km lang gebouw van 6 verdiepingen gebouwd voor 20.000 mensen in opdracht van de nationaalsocialistische gemeenschap ‘Kraft durch Freude’. Dit ‘KdF Strandbad’ is het overblijfsel van een sociaal-historische poging om de arbeidersklasse te winnen voor het oorlogs-, rassen- en leefruimtebeleid voor en van het Duitse volk.

Het is vandaag de dag een indrukwekkend gebouw; deels nog verwaarloosd en overgeleverd aan tand des tijds. Grote delen zijn al gerenoveerd en volledig vernieuwd en geschikt als vakantieverblijf voor mensen met een wat ruimere portemonnee. Het gerenoveerde deel ziet er gelikt uit. Edoch, toch is het een plek waar de mythe van het nationaalsocialistische systeem nog merk- en tastbaar is, niet in het minst door een indrukwekkend museum, annex informatiecentrum waar men in beeld en geluid wordt geconfronteerd met dit afgrijselijke verleden.

De camping ligt op een kleine 2 kilometer gaans van dit verleden. Ik heb de schoenen aan, een groen shirt waarop duidelijk Loopgroep Sneek leesbaar is. Vanaf de camping loopt een bospad van ongeveer een kilometer naar de weg die ik over moet steken om bij het verleden te komen. Ik gebruik die kilometer om wat in te lopen, om te ‘warming-uppen’. Warm was ik eigenlijk al wel, want, ondanks dat het nog maar half negen in de morgen is, heeft de zon zich al nadrukkelijk gemeld. De vogels fluiten. Een bos is een bos en daarmee is alles gezegd. In mijn geval moet ik er door heen en dat gaat als ik maar het ene been voor het andere zet.  Lees verder

Een loopje tijdens de vakantie (2)

Ik loop in ………..Tossens

Tossens is gelegen aan de Waddenkust op een schiereiland (Butjadingen) in het noorden van Duitsland (Ost-Friesland).
Het moet er maar weer van komen. Een shirt met Schiermonnikoog, een korte broek en loopschoenen aan. De benen, ondanks het aanhoudende mooie weer, nog steeds oogverblindend wit. In alle vroegte zelf gewekt door het ‘geschreeuw’ van talloze scholeksters. De rest van de camping nog in ruste. Het is wederom mooi weer. In tegenstelling tot de vorige dagen staat er nu een stevige wind uit oostelijke richting. De camping ligt buitendijks. Om er van af te komen loopt er een weggetje naar de dijk omhoog. De eerste vijftig meter is vlak, daarna moet nogal steil omhoog.
Steunend, kreunend, hijgend kom ik boven. Zonder een fatsoenlijke warming up, dan wel een aanloop van een kilometer is het geen wonder dat het lijf protesteert. De weg naar beneden bevrijdt de geest van de stress, maar fysiek niet van alle gevoeligheden. Eenmaal op het horizontale vlak beweeg ik mij voort op een tempo dat een jongmens wandelend gemakkelijk kan bij benen. Tot mijn geluk zijn er geen toeschouwers. Zo kan ik dan ook rustig aan mijn herstel werken. Na een paar honderd meter ‘werp’ ik een blik op mijn horloge. Hartslag op duurloop niveau, de benen doen weer wat ze moeten doen zonder ‘pijn’ en in mentaal opzicht schijnt de zon.
Ik loop over een breed voet-, fietspad dat gescheiden wordt van de rijbaan door een smalle strook grond met daarin om de 10 meter een boom. Niet zo maar wat bomen, maar bomen die in volle bloei staan. Het is een mooi gezicht.
Ik heb een rondje in gedachten. Aanvankelijk geen idee hoe lang. Maar na een tweetal kilometers realiseer ik me dat het een klein rondje is. Tot iedere prijs wil ik voorkomen dat het thuisfront mij verwelkomt met: “Ben je er nou al?” M.a.w. ik moet er maar wat van maken. Ik zal er in ieder geval voor zorgen dat ik ‘uitgeput’ thuis kom. Het parcours leent zich ervoor om wat aan interval te gaan doen. Eerst zijn er op gezette afstanden lantaarnpalen. Vijf keer versnellen en vijf keer joggen. Vervolgens rechtsaf het buitengebied in. Een boom links, een hek even verderop aan de rechterkant aan de rand van een weiland, een slootje, een bochtje in de weg, asfalt dat overgaat in klinkers en daarna weer in asfalt, een vervallen gebouwtje aan de rand van een akker, een stapel hout links van de weg; genoeg markeringspunten om in wisselende tempo’s mij in het zweet te werken. En de afstanden tussen de ‘merktekens’ zijn nergens hetzelfde. Dat maakt het tot een aantrekkelijk trainingsrondje. Er nadert een fietser. De weg is smal. De fietser houdt rechts. Ik loop op het midden van de weg en ga nu ook rechts lopen. “Moin”, klinkt het; de gebruikelijke groet hier in Ost-Friesland. Ik hoop dat mijn “Moin” precies zo klinkt als die van hem, maar dat zal wel een illusie zijn. Ik concentreer me op mijn ‘opdracht’. Het lukt aardig en wat vooral tot tevredenheid stemt is dat de hartslag snel daalt als ik moet joggen. Ik nader de camping en neem een kloek besluit. Er zijn binnen een afstand van enkele honderden meters een paar mogelijkheden om het talud van de dijk te testen. Na vier keer heb ik er tabak van en dat komt goed uit. Het is geen sinecure, de helling is steil en heeft een lengte van een meter of vijftig, met als gevolg dat ik dan ook redelijk uitgewoond thuis kom.

Meeloper

Een loopje tijdens de vakantie

Ik loop ………. in Norddeich

Het is klokslag acht uur in de morgen. Een kop thee en een krentenbol. Sluierbewolking. Dat zal niet lang duren. De zon zal ongetwijfeld ongetwijfeld haar werk doen. Het is iets meer dan een graad of tien. Het is mijn eerste loopje sinds een kleine week. Het weer en het reisschema zaten in de weg. De camping ligt pal achter de dijk. Veel mogelijkheden zijn er niet. Het is of links-, of rechtsaf langs de Waddendijk, of aan de landzijde, of aan de zeezijde.
Ik verlaat de camping en loop via een fietspad richting het dorp Norddeich. Na een paar honderd meter kan ik via een trap de dijk op. Ik doe een poging om in looppas de treden te bedwingen. Halverwege moet ik erkennen dat dit te hoog is gegrepen. Moeizaam vervolg ik mijn weg. Op de kruin van de dijk geniet ik van het uitzicht. Het is laag water. Het eiland Juist is goed waarneembaar met een bescheiden skyline, in tegenstelling tot Norderney met een paar torenhoge gebouwen. De kruin van de dijk is redelijk begaanbaar. Velen, hardlopers, wandelaars, honden bezitters zijn mij voor gegaan. Het gras is kort en de ondergrond is hard.
De zon heeft inmiddels de bewolking opgelost. De temperatuur van de buitenlucht is voelbaar toegenomen, die van mij trouwens ook. Na een paar honderd meter wordt het pad versperd door een hek. Ik besluit om aan de wadkant, onder aan de dijk, mijn weg te vervolgen. Een klaphek verschaft mij knarsetandend toegang tot de ‘rest’ van de dijk. De voet van de dijk, vanaf het water omhoog, bestaat uit 10 meter breed asfalt. Daarboven zeker twintig meter is grasland. Het zeewater is ver weg; het is eb. Een groot deel van de Waddenzee is drooggevallen. Het slik is grauw van kleur. Om de golfslag te breken zijn er vierkante en rechthoekige percelen aangelegd. De zijden worden gevormd door Wilgetenen die gevlochten tussen paaltjes ogen als een soort van lage dijkjes.
Geen mens te bekennen, vogels daarentegen in overvloed. Ik vermoed dat het Strandlopertjes zijn. Ik weet dat er vele soorten zijn, maar lopend zijn ze voor mij niet te onderscheiden. Op de dijk schapen. Het valt mij op dat er geen meeuwen zijn. Kom daar in Nederland langs het Wad eens om.  Lees verder

Afzien met Meeloper tijdens Vuurtorenloop op Vlieland

De Vuurtorenloop

Na afloop van mijn eerste Vuurtorenloop schreef ik het volgende:
“Als er een top tien van loopevenementen zou bestaan met het meest uitdagende parcours dan zou de Vuurtorenloop van Vlieland er zonder enige twijfel op voorkomen. Je loopt geen kilometers, maar zeemijlen, je ploetert door een zandbak, je rent over en langs een Waddendijk met een prachtig uitzicht, je beklimt hijgend en steunend het Vuurboetsduin (een maal voor de 5 en twee maal voor de 10 zeemijlen), zodra je boven bent, zou je kunnen genieten van een fenomenaal uitzicht, als je tenminste daar nog aan toe komt, je krijgt een stuk vals plat voor de kiezen, je geniet van het golvende parcours door de duinen, je komt tot “rust” op de Postweg, klimt nog een keer naar de Vuurtoren om tenslotte kris kras door het bos aan het eind van je Latijn, maar voldaan de finish te passeren.”

VUURTORENLOOP 2018……HOE WARM HET WAS EN HOE VER……

De eerste paar honderd meter zitten er op, de kop is er af. Iets minder dan tien zeemijlen nog voor de boeg. Het pad is smal, het is druk, het is warm, weinig verkoeling van wind, veel ruimte om in te halen is er niet. Daar heb ik ook geen enkele behoefte aan. Ik heb me voorgenomen het rustig aan te doen en de tijd de tijd te laten. Ik probeer zoveel mogelijk rechts te lopen, opdat de snelle ‘jongens’ hun gang kunnen gaan. Af en toe ontkom ik er niet aan om ook iemand voorbij te gaan. Straks op het strand is er ruimte genoeg voor iedereen.
Het duinlandschap links en rechts is prachtig. De begroeiing ‘ontwaakt’ uit de winterslaap. Een lichte stijging in het parcours en de eerste wandelaar dient zich aan. Als ik hem passeer, zie ik dat-ie geblesseerd is. Vervelend lijkt me dat. Je begint ergens aan en binnen de kortste keren zit je in de penarie. Ik moet er niet aan denken. Zie maar eens ‘thuis’ te komen. Als we links afslaan, worden schelpen vervangen door klinkers en dan is er ruimte. Even verderop is de duinovergang. Piet Noordenbos de initiatiefnemer van de Vuurtorenloop, waarschuwde ons er voor bij de start: naar boven zal het weinig problemen opleveren, de weg omhoog is langer dan die naar beneden en een stuk minder steil. Gezien de droogte en de warmte en het losse zand op de stelconplaten is het oppassen geblazen, want het kan glad zijn. Daar komt nog bij dat het beton vrij snel over gaat in het zand(strand) en het leger heeft daar ook nog geoefend met zwaar materieel; het wordt zwaar.  Lees verder

Persoonlijk verslag Meeloper Monnikenloop 2018

Monnikenloop 2018

Het startvak loopt langzaam vol. Ach, een startvak kun je het eigenlijk niet noemen. Er is een straat, er liggen matten voor de tijdregistratie die doen dienst als start- en finishlijn en daarachter kun je je opstellen. Er staan ook nog hekken aan de zijkanten, zodat de toeschouwers worden gescheiden van de lopers, en dat is alles. Het voldoet en dat is het belangrijkste. De sfeer is voorts ongedwongen, alle voorzieningen liggen binnen handbereik en de organisatie, bestaande uit vrijwilligers van de atletiek vereniging uit Groningen, doen onopvallend hun werk. Wij hebben ons gemengd ‘ergens’ tussen onze lotgenoten. Het is een gedisciplineerd gezelschap. Er klinkt geen onvertogen woord. Ik had me ingeschreven voor de 10 mijl, maar loopvriend G heeft mij overgehaald om het parcours van de 10 km gezamenlijk te verkennen. Op mijn beurt heb ik hem de vijf kilometer uit het hoofd gepraat. Daar staan we dan elkaar te overtuigen dat we de vandaag de juiste keuze hebben gemaakt. We zitten tenslotte nog in de herstelfase van ons blessureleed.

Nog vijf minuten! ‘Burgemeester Van Gent zal straks het startpistool bedienen’, weet de Speaker ons te vertellen. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik onzeker ben over de afloop. Vriend G, die blijkbaar in de gaten heeft dat ik niet geheel gerust ben op het halen van de finish, houdt mij voor dat ik onderweg gemakkelijk kan uitstappen en dat ze bij hotel Van der Werf mij zonder aanziens des persoons heus wel willen bedienen.
En dan is het zover; een luide knal en de meute zet zich in beweging. We moeten mee, mevrouw Van Gent knikt ons nog bemoedigend toe, terwijl ik mijn eigen tijdwaarneming in werking stel. Een drukte van belang. Links en rechts gaan ze ons voorbij. Dan in de bocht naar rechts een duwtje tegen de schouder, een ‘sorry’. Ach, het is ook haast niet te voorkomen. ‘Hé meeloper!’ En ik dacht nog wel dat ik incognito mee liep. Ik ruilde n.l. op de valreep mijn startnr van de 16 km met loopvriend S voor de 10. Tijd, zin en geduld om het officieel te regelen hadden we niet.  Lees verder

Worstelen bij Ameland Adventurerun. Verslag van Meeloper.

Ameland Adventurerun 2017

Je moet er wel wat voor over hebben. Vroeg, heel vroeg opstaan, een autorit van een klein uurtje en een boottocht van goed driekwartier. Ameland, de Adventure Run, een loopevenement in een mooie omgeving over een prachtig parcours. Het maakt niet uit of je nu 5, 10 of 21,1 km loopt, elk parcours heeft iets bijzonders. Ik heb gekozen voor de 10 km. En met mij mijn drie reisgenoten.

In Holwerd treffen we veel lotgenoten. Iedereen maakt een opgewekte indruk. Blijkbaar is men verlost van de dagelijkse beslommeringen en dat kan ook haast niet anders met het vooruitzicht op een mooi loopevenement. In Holwerd is het koud, winderig en bewolkt. Op Ameland klaart het weer op. Het is inmiddels half bewolkt en de wind hindert ons niet.

Gedisciplineerd ontschepen en daarna in ganzenpas op weg naar Nes, om precies te zijn naar de sporthal. Menigeen buigt in het dorp af naar een van de vele restaurants voor koffie en omdat de calorieën er straks toch worden afgelopen, met appeltaart en slagroom. Wìj zetten onze voettocht voort en komen in een vrijwel lege sporthal. We ‘reserveren’ een plek ergens in het midden, voor alle anderen van onze Loopgroep die een boot later zullen arriveren. Nadat we ons verkleed hebben drinken we onze koffie in de kantine van de sporthal. Daarna gaat ieder zijns weegs. Ik loop, samen met loopmaatje D. het dorp in, bekijk hier en daar in een etalage, groet en maak een praatje met een enkele bekende en strijk even later neer bij de stand van Running Center Leeuwarden. Veel aanbiedingen, aantrekkelijke prijzen en grappige, leuke hebbedingetjes. Ondanks dat ik alles al heb in veelvoud kost het moeite de verleiding te weerstaan. De tijd verstrijkt. Ik nuttig een paar krentenbollen die ik van huis heb meegenomen en keer terug naar de sporthal. Inmiddels is het daar een drukte van jewelste. De tijd vliegt.

In het startvak staan we dicht opeen. De warming up, olv Arjen Visserman, hebben we achter de rug. We staan wat te trappelen. De gesprekken om ons heen gaan als vanouds over wat ons te wachten staat, over blessures, eerdere prestaties, over persoonlijke records. Maar bovenal dekt men zich in over de nog te verrichten prestatie, te weinig getraind, nog last van een oude blessure, zich niet goed voelen, een verkoudheid. Het zijn bekende excuses. Ik neem ze met een korrel zout en ik ben niet de enige zo te horen.

Het startschot klinkt en langzaam maar zeker schuiven we op naar de startlijn. Geconcentreerd kijk ik op mijn horloge om op het juiste moment hem in werking te stellen, maar het ‘kreng’ wijsgeer in alle toonaarden. Dus….. lopen op het gevoel. Het is de eerste honderd meter na de start altijd oppassen geblazen. Goed uitkijken dat je een ander niet voor de voeten loopt en dat je zelf niet omver wordt gelopen. Het gaat over het algemeen gedisciplineerd, zo ook vandaag. Na die eerste honderd meters ontstaat er direct ruimte en kun je je gang gaan. Ik heb geen plan, ik loop zoals het gaat. Normaal ben ik een slow starter en daar wil ik mij vandaag zeker aan houden en voor de rest zie ik het wel. Tenslotte ben ik op de weg terug van een blessure die mij zo’n beetje de gehele zomer parten heeft gespeeld. Maar het kost me moeite om het tempo rustig te houden. Ik heb er duidelijk zin in. We verlaten de bewoonde wereld. Straks rechtsaf en dan het bos in. Ik ben benieuwd hoe het daar zal zijn na al die regen.  Lees verder

Harlingen; als een vis in het water. Verslag van meeloper.

De regen komt met bakken uit de hemel. Wij zijn op weg naar Harlingen voor de visserijdagenloop. Ach, visserij en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, dus dat komt goed uit. We passen de snelheid van de auto aan aan de omstandigheden. Veel, heel veel water op de weg, hier en daar plassen en dus kans op aquaplaning. De stemming in de auto heeft er niet onder te lijden. We zijn en blijven goed gemutst en vol goede moed over een mooie loop. Geen van ons drieën is ooit eerder deelnemer aan deze loop geweest. We kennen de route niet en als we ons er een voorstelling van maken dan zullen we ongetwijfeld langs de (visserij)haven geleid worden. We zijn benieuwd.

De auto wordt geparkeerd en gedrieën lopen we in gezwinde pas, om niet zeiknat te worden, naar de Waddenhal. De start/finishboog torent hoog boven het struikgewas en het geboomte uit. De boog deint mee op de stevige wind die uit noordwesten de regen aanvoert. We zijn niet de enigen. Veel bekenden en het is binnen in de kantine en buiten een gezellige boel. De gesprekken gaan uiteraard over het weer en over de keuze welke afstand er gelopen gaat worden, 10 of 16 km. Inschrijven, betalen, nummer opspelden en nog tijd genoeg voor koffie en sterke verhalen. Een loopcollega verhaalt over z’n niet geplande marathon: ‘Een zwaar verstoorde nachtrust door een in kampioenstemming verkerende huisgenoot maakte het noodzakelijk voor dag en dauw huis en haard te verlaten. Om de voor hem liggende lange dag nuttig te besteden nam-ie het kloeke besluit zijn hardloop kleding mee te nemen en op pad te gaan naar Enschede waar die dag de marathon zou plaats vinden. Het werd een helletocht, te weinig kilometers in de benen en de korte nachtrust eisten hun tol. Letterlijk en figuurlijk geknakt begon hij aan de laatste kilometers. Totdat hij fotografen en t.v. camera’s op een enkele kilometer van de finish op zich gericht zag. In verwondering vroeg hij zich af waar-ie dat aan verdiende. Al spoedig werd het hem duidelijk; hij was ongewild in gezelschap gekomen van de burgervader van de stad Enschede, die met evenveel pijn en moeite als hij zelf op weg was naar de finish. Met dat verschil dat de een meedeed aan de vijfkilometer en de ander aan de hele marathon. Thuis hadden ze zich al afgevraagd waar hij gebleven was. Een t.v. sportuitzending aan het eind van die middag bracht uitkomst. Daar liep-ie naast de burgemeester’. Lees verder

Ik loop ………. in Orebic omhoog (2)

De man die mij een paar dagen geleden in het voorbij gaan toe riep ‘zu Spät’ en mij later vertelde dat hij bedoelde te zeggen dat het warm, te warm was om te lopen. Ik vertelde hem dat ik vroeg was vertrokken, dat ik naar het dorp via de doorgaande weg gelopen was en nog een eindje verder en terug langs de zee en als je een eind loopt dat het dan vanzelf later, Später, wordt. Die man raadde mij een mooi, maar heftig parcours aan van ongeveer twee kilometer.

‘Vanuit de camping loopt een weggetje steil omhoog naar een kapelletje’, vertelde hij. ‘Bij dat kapelletje kun je dan naar links. De weg loopt dan naar beneden en sluit aan op de doorgaande weg. Daar sla je links af en krijg je eerst een vals en vervolgens een valser plat, totdat je weer bij het weggetje komt.’ Hij liep zelf niet hard, maar hij had er gewandeld. Het leek mij wel wat. Lees verder

Ik loop ………..Orebic (Peljesac, Dalmatië) 1

Dalmatië, de zuidelijkste ‘provincie’ van Kroatië, is vooral bekend om de prachtige kust, met vele baaitjes, mooie vergezichten en de talloze eilandjes. Het is er goed toeven. Peljesac, is een schiereiland, een kleine 100 kilometers ten noorden van Dubrovnik. De camping ligt hoog boven zee. Om bij het strandje te komen moeten we zeker een 80 meter steil afdalen.

Het is nog niet erg warm, zo vroeg in de morgen. Ik heb de stoute schoenen maar weer eens aangetrokken. Het is tenslotte al weer een dag of vijf geleden dat ik gelopen heb. Ik moet me er wel toe zetten. Dit staat me te wachten: vanaf de plek waar we staan kom je via een vals plat bij de uitgang van de camping. Dan een vijftigtal meter nog wat steiler omhoog om bij de weg te komen. Vervolgens aan de kant van de weg weer een vals plat van een paar honderd meter en dan een paar kilometer naar beneden. Eenmaal op zeeniveau nog een kilometer of wat vlak en dan weer omhoog of …… terug. Gisteren heb ik de route verkend op de fiets, de electrische, daarmee is het goed te doen als je tenminste op een licht verzet en op een maximaal vermogen hebt ingezet. Lees verder