Verslag Gaasterlan Run door Meeloper

Gaasterland Run 2019

Geen winterse omstandigheden vandaag, 21 december 2019. Aangenaam weer om hard te lopen. De temperatuur iets onder de 10 graden, droog, niet al te veel wind. Lopen in Gaasterland is lopen in een bosrijke omgeving. Het is lopen in een stukje Nationaal Landschap Zuidwest Friesland, volstrekt anders dan het overwegend vlakke en kale landschap elders in de provincie. Het licht glooiende landschap bestaat uit keileemruggen, ontstaan in de ijstijd en opgestuwd door gletsjers afkomstig vanuit het noorden. (een weetje: een lichte verhoging in het landschap heette in vroeger tijden een gaast).

Maar dat zal ons vandaag een zorg zijn. Wij hebben andere gedachten. Of je nu 4 mijl, 12 kilometer of een halve marathon van plan bent te lopen, er telt maar een ding: hoe kom ik met plezier van start naar finish.

Het duurt nog even voor het startsein gegeven gaat worden. Gedwee staan we te wachten. Het regent, licht, maar toch. Gezien de reacties om mij heen door weinigen verwacht. De een de blik werpend op z’n horloge, een ander schichtig
rond kijkend, een derde frunnikt voor de zoveelste keer wat aan de kleding en weer een ander staart stil voor zich uit. Bovenal wordt er gekletst en overlegd volgens welke strategie er gelopen gaat worden. Ach, veel keuze is er niet. Je start als een dolle, de blik op oneindig en het verstand op nul om na verloop van tijd de man met de hamer ongenadig te voelen toeslaan. Of je gaat rustig op pad, zet het ene been voor het andere, je neemt de omgeving in je op, maakt onderweg een praatje en geniet met volle teugen. Het kan ook zijn dat je met een doordacht plan probeert ‘lekker’ te lopen met het doel vrolijk fluitend de eindstreep te passeren. Kortom er zijn vele voornemens die je kunnen ‘helpen’om van A naar B te gaan. Hier, voor de start is aan niemand te zien wat-ie van plan is.

De tijd verstrijkt en de onrust neemt toe. Geschuifel, voor de zoveelste keer een blik op het horloge, een laatste groet aan een bekende die jou succes wenst en dan het aftellen. Boem. Een bont (letterlijk en figuurlijk) gezelschap zet zich in beweging. De tijdlopers gaan er als een speer vandoor, de rest volgt op de eigen manier. Het kost enige moeite om de juiste koers te vinden. Het is druk en de ruimte is beperkt, maar met moed, beleid en wat inschikken lukt het iedereen om na enkele tientallen meters het ritme te vinden, waarin-ie zich lekker voelt. De sfeer om mij heen is prima. Het regent niet meer. Vrolijke gezichten, het kan ook nauwelijks anders onder deze omstandigheden, in deze mooie omgeving en met de feest- en vrije dagen in het verschiet. Er wordt nog een enkele woord uitgewisseld. Nog steeds goed op blijven letten om een ander niet te hinderen. De verschillen in snelheid zijn nog groot; ik word ingehaald, maar doe het zelf ook.

Maar naarmate de meters worden weggelopen lijken de kaarten geschud. De meesten hebben het ritme gevonden, passend bij de eigen loopstijl en conditie. Ik loop in een klein groepje in een voor mij comfortabel tempo. Het stemt mij tot vreugde en optimisme. De Luts ter linkerzijde, de straatweg rechts en bomen overal. De groep valt helaas al snel uiteen. Mijn loopvriend heeft een ander tempo gevonden. Enkele tientallen meters loopt hij voor mij uit. Ik stel vast dat de afstand tussen ons groter wordt. Het zij zo; we hadden ook geen enkele afspraak om met elkaar op te lopen.

Ik dwaal met mijn gedachten door de tijd. Lopend op een van de eilanden, over het strand in Zeeland, een halve marathon op Schouwen Duiveland, op pad met een aantal lotgenoten van m’n loopgroep hier in Gaasterland in de stromende regen, gezamenlijke trainingsarbeid om je voor te bereiden op een volgend loopevenement. Dan weer in het heden, ingegeven door de angst opnieuw geblesseerd te raken. Een tikje op de schouder schudt me weer bij de tijd. Een oud collega, even een praatje over de stand van het leven. Automatisch het ene been voor het andere. Een laatste woord ‘succes’ en we gaan onze eigen gang. De eerste kilometers liggen achter mij. Ik sluit me aan bij een nieuwe groep, waarin in twee loopmaatjes vanuit de loopgroep het tempo bepalen. Kippenburg, wat een naam voor deze plek. Een statig landhuis. Aan de buitenkant te zien, kan het pand wel wat onderhoud gebruiken. Het werd in begin van de 19 de eeuw gebouwd door Jonkheer Van Swinderen met een bijbehorend hoenderhof;
vandaar de naam Kippenburg. Wij lopen en hebben de blik op de route en de voortgang.

Een bocht naar links, de brug over. Klinkers, nat, bladeren, gladheid, maar zonder kleerscheuren komt de hele groep er over heen. Even later weer naar links, het fietspad op, evenwijdig aan de Sminkevaart. Er wordt niet gepraat, we lopen en proberen het tempo gelijkmatig te houden. Als we de het Golfterrein voorbij zijn opnieuw naar links het fietspad op naar de Bremer wildernis. Het pad slingert door het bos. De groep blijft bij elkaar en het tempo blijft nog redelijk in tact. De helft zit er op, het aftellen kan beginnen. Langzaam maar zeker wordt de onderlinge afstand wat groter. ‘Ga je eigen gang’, hoor ik. Het tempo zakt wat. ‘Hoe ver nog? Vierenhalf!’ Ik blijf lopen in het voor mij comfortabele tempo. Eén man volgt. Achter ons valt de hele groep uit elkaar. Hij haalt mij in en even lijkt het of-ie mij laat staan. Op nog geen tien meter voor mij zie ik dat de man met de hamer hem te pakken heeft. Hij zakt in en z’n tempo ook. Achter op het shirt:’oost west, thuis best’. Ik kan niet laten hem daar op te wijzen en moedig hem aan om mij te volgen. Ik geniet van het lopen, in de verte zie ik een tweetal loopmaatjes. Ik houd ze in de gaten en merk dat ik langzaam, heel langzaam, maar wel zeker op ze in loop. Als ‘oost, west, thuis best’ en ik nog een drietal kilometers voor de boeg hebben halen we de eerste in. Even er naast en een praatje. ‘Ik ben te snel gestart, nu moet ik het bezuren!’ en dan lopen we door. Althans ik loop door. Mijn metgezel ‘thuis best’ laat het afweten. De afstand tot de andere bekende wordt niet meer kleiner. Ik moet ook voor mezelf vaststellen dat het mij ook niet meer zal lukken mijn tempo te verhogen. De vermoeidheid slaat toe, verzuring lijkt nabij. Zover laat ik het niet komen. Nog anderhalve kilometer! Er is niet veel wind, maar de wind die er is, komt van achter. Dat helpt denk ik en dat is voldoende om de moed en het tempo er in te houden. Dan de bocht naar rechts. Nog slechts een enkele honderd meter. Dat besef geeft vleugels en met de man en hamer op de hielen loop ik met een vrolijk gemoed over de finish. Het was weer prachtig!

Meeloper

Foto’s: Tjeerd de Jong & Janke vd Schaaf

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.