Hardlopen in de Oerpolder 2020 door Meeloper

Windkracht heel veel

Er is nog meer dan genoeg tijd voor de start. Gezelligheid troef. Ik maak een praatje met deze en gene. Het gaat vooral over het weer met de nadruk op het verschil tussen vandaag en een jaar geleden. Toen scheen de zon, was er een zeer aangename temperatuur en stond er niet veel wind. Vandaag komt de regen met bakken uit de lucht met een ‘straffe’ wind, een eufemisme voor een storm, uit het westen/noordwesten. Er wordt driftig naar de buienradar op de smartphone gekeken. Het schijnt om 14.00 uur op te houden met regenen! Het thuisfront vertelde me voor ik me klaar maakte voor vertrek dat ik ook thuis mocht blijven. Ze willen nu een shirt laten bedrukken met: “Hij loopt uit vrije wil”.

Het wordt wat drukker in de sporthal. Deelname genoeg. Ik word op de schouder getikt; “ha die meeloper, ook hier? Ja, ik ook hier”. Met de beste wil van de wereld kan ik me niet herinneren elkaar ooit eerder gesproken te hebben. Al komt z’n gezicht mij niet onbekend voor. Ik veins dat ik hem ken en luister naar zijn verhaal over een krakkemikkige voorbereiding. Ik hecht er niet al te veel waarde aan. Je moet je tenslotte toch indekken voor het geval je met een voor jou teleurstellende tijd de finish passeert. Gelukkig wordt-ie midden in een verhaal over zijn prestaties in het verleden onderbroken door een echte bekende. 

Het wordt tijd om naar buiten te gaan. Het regent nog steeds, ruim een half uur voor de start. Een warming up, of iets wat daar voor door gaat, is tenslotte nooit weg. Al heen en weer lopend, een kleine versnelling, wat knie heffen, wat draaien, bukken en buigen, bereid ik me voor op komen gaat. Het stormt. Ik loop hier niet voor het eerst, ik ken het parcours. Het kan een helse loop zijn, zeker vandaag, in dat kale polder landschap met die eindeloze vergezichten en de lange rechte stukken asfalt zonder enige beschutting. Je kunt eindeloos ver vooruit kijken en zo met eigen ogen waarnemen wie er heel snel van door is gegaan en hoever je achterligt. Maar dat hoeft je niet te deren, jij loopt immers voor jezelf, voor je plezier. Het is een groot voordeel dat je de finish ruim, voordat je er bent, al in het vizier hebt. Je hebt dan zelf in de hand of je strompelend van vermoeidheid dan wel huppelend en ogenschijnlijk fit de eindstreep zal passeren.  

Het startsein. De wonderen zijn de wereld nog niet uit; het is droog! De meute zet zich in beweging. Het eerste eind, een viertal kilometers met de storm ietwat schuin van voren. Ik heb er over het algemeen geen hekel aan, in de wind lopen. Maar vandaag kost het mij heel veel moeite. Ach, het zal wel zijn oorzaak vinden in het gegeven dat ik sinds kort tot een categorie behoor van waaruit niet erg veel deelnemers meer aan een dergelijk evenement meedoen. Zeker niet onder deze omstandigheden. Ik heb me er maar bij neer te leggen. Ik loop in een groep met dertien anderen in een waaier. Het is  ploeteren. We lopen dicht op elkaar. Windvlagen blazen je opzij, zodat je elkaar even raakt, een elleboog, een schouder en soms een heup. Excuses over en weer, maar het gebeurt zo vaak dat we dat even later maar achterwege laten. Nog een wonder dat we elkaar niet onderuit schoffelen. Eendracht maakt macht en wisselend af en toe op kop, de een wat korter, de ander wat langer, vorderen we gestaag. De eerste vier kilometer zitten er op. We slaan rechtsaf. Nu komt de wind recht van voren. De groep valt wat uit elkaar, de ruimtes worden wat groter. Langzaam maar zeker blijf ik achter. Moederziel alleen worstel en hijg ik verder. Wat me op de been houdt, is de zekerheid dat na zeven kilometer de wind mijn maatje zal worden. Ik probeer wat afleiding te vinden door om me heen te kijken. De polder staat hier en daar onder water. En dan schiet mij het boek van Hylke Speerstra door het hoofd.  

Als je “De Oerpolder” van Hylke Speerstra niet gelezen hebt, zou je eigenlijk niet aan de Oerpolderloop mogen deelnemen. Je zou niet weten dat tot aan de 20ste eeuw deze Heidenschapster polder ´s winters onder water zou staan.  Elke winter was het raak. Het zeewater was niet te houden. De gehele polder stroomde vol. Maar de schaarse bevolking, voornamelijk boeren, liet zich niet kisten. Hard ploeterend in de overige jaargetijden is het hun uiteindelijk gelukt de polder te bedijken. Op onnavolgbaar meeslepende wijze weet Speerstra de lezer deelgenoot te maken van het dagelijks leven van al die bewoners in hun strijd om het hoofd boven water te houden. Je zou er niet ontkomen om telkenmale gedurende jouw inspanning om de eindstreep te halen een moment daar aan terug te denken. 

Weer rechtsaf, de polderdijk op. Inderdaad, mijn hoop komt uit, de wind in de rug. Alleen heb ik de indruk dat-ie wat is afgezwakt. Het zal wel verbeelding zijn. In 2008 liep ik hier voor het eerst. Op weg in de auto met z’n vieren. Het zou mijn eerste afstand boven de tien kilometer worden. Grote onzekerheid en twijfel waren mijn deel. De andere drie hadden wel de nodige ervaring. De druk werd van de ketel gehaald door een van hen met ‘historische’ woorden dat als je vier kilometer kunt hardlopen dan kun je er ook wel veertien. De logica ontging me volledig, maar de nuchterheid waarmee hij deze stelling poneerde, bracht me wel wat meer met beide benen op de grond. Het werd een prima ervaring en het smaakte naar meer. 

Een blik op het horloge. Bijna acht helse kilometers heb ik achter mij gelaten. Bij een enkele boerderij staat een handje vol toeschouwers ons een hart onder de riem te steken. Bewonderenswaardig dat zij de moeite nemen om zich weinig of niks van het onaangename weer aan te trekken. Ach, misschien is het ook wel een welkome afleiding.

Frank Klasen

Heel in de verte zie ik nog wat je een groep zou kunnen noemen. Tussen de zogenaamde groep en mij voornamelijk enkelingen, soms een tweetal. Ik probeer te tellen, maar die raak ik snel kwijt. Achter mij een praatgraag ‘gezelschap’, langzaam dichterbij komend. Het is een viertal. Al pratend over een marathon in Venetië lopen ze mij voorbij. Venetië en It Heidenschip, niet veel overeenkomsten. Of toch? Ik weet aan te haken en als we ‘afdalen’ en onder zeeniveau lopen, met aan beide zijden van het weggetje de hoge waterstand en hier en daar het ondergelopen land waarnemen, is er toch enige overeenkomst. Ik houd een paar kilometer het tempo vol, maar dan moet ik opnieuw vast stellen dat de jaren en de inspanning gaan tellen. Ik dood de tijd met zinloze gedachten, met het vooruitzicht dat met iedere stap de bevrijding dichterbij komt, met een kop koffie na afloop en bij thuiskomst een glas wijn. Het ‘dorp’ nadert. Auto’s  van voren en van achteren. Niet heel veel. Ze houden rekening met ons, hardlopers. De meeste wijken uit tot in de berm, iedereen mindert vaart. Dan de laatste keer rechtsaf, nog een paar honderd meter en dan de finish. Wolken jagen dreigend boven het landschap en als ik met een bekertje water en bouillon sta uit te hijgen, begint het weer te regen. Oerpolderloop 2020 zal ik niet licht vergeten.

Meeloper

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.